• info
  • credits
  • speellijst
  • beelden
  • video
  • pers
Voorstellingsdata in het verleden weergeven

archief

za 11 juni 2016 19:30 Centro Cultural Vila Flor - Guimarães

www.ccvf.pt

do 9 juni 2016 19:00 Teatro Academico de Gil Vicente - Coimbra

www.tagv.pt

za 4 juni 2016 19:00 Alkantara Festival l Teatro Nacional D.Maria II - Lissabon

www.alkantara.pt

vr 3 juni 2016 19:00 Alkantara Festival l Teatro Nacional D.Maria II - Lissabon

www.alkantara.pt

do 2 juni 2016 19:00 Alkantara Festival l Teatro Nacional D.Maria II - Lissabon

www.alkantara.pt

di 24 mei 2016 18:30 Kontaktfestival - Torun - Polen

www.teatr.torun.pl

‘Het volgende stuk dat ik zal schrijven wordt ongetwijfeld grappig, heel grappig, tenminste wat de opzet betreft.’ (aan Olga Knipper, 7 maart 1901)

Anton Tsjechov heeft lang aan ‘De Kersentuin’ gewerkt, moeizaam, twijfelend, van toon veranderend, worstelend met zijn gezondheid - hij lijdt al jarenlang aan chronische tuberculose.  Hij is vaak te moe om verder te schrijven en zijn fysieke toestand verplicht hem regelmatig rustpauzes te nemen.  Op 28 juli 1903 schrijft hij vanuit zijn landhuis bij Jalta op de Krim aan Konstantin Stanislavski : ‘Mijn toneelstuk is nog niet klaar, het vordert traag, wat verklaard moet worden door mijn luiheid, door het schitterende weer en door de moeilijkheid van het onderwerp.’  In het Kunsttheater in Moskou wacht men ondertussen in ongeduldige en opgewonden spanning op het manuscript, en op 27 september schrijft Tsjechov aan zijn vrouw, Olga Knipper : ‘Mijn lief paardje, ik heb je al getelegrafeerd dat het stuk klaar is, dat alle vier de bedrijven af zijn.  Ik ben al aan het overschrijven.  Ik heb er levende mensen van weten te maken, dat is zo, maar hoe het stuk op zichzelf is, weet ik niet.’  En op 15 oktober : ‘Stuk opgestuurd.  Gezond.  Kus.  Groeten.  Antonio.’
De ontvangst van het manuscript in Moskou is extatisch.  Op 19 oktober schrijft Olga : ‘Wat was het gisteren een opwindende dag, mijn schat, mijn geliefde ! Ik kon je niet schrijven, mijn hoofd stond op springen.  Ik verwachtte het stuk al twee dagen en wond me op dat het niet kwam.  Eindelijk, gisterenochtend werd het me gebracht. (…) Toen ik het uit had, ben ik naar het theater gerend.  Daar werd gelukkig de repetitie afgelast. (…) Als je de gezichten had kunnen zien van al die mensen die zich over ‘De Kersentuin’ bogen.  Natuurlijk drong iedereen aan : meteen voorlezen.  We deden de deur op slot, haalden de sleutel eruit en begonnen.’  ‘De Kersentuin’ zou uiteindelijk in première gaan op 17 januari 1904.  Het zou Tsjechovs laatste stuk worden.  Hij stierf een paar maanden later, op 4 juli 1904

In ‘De Kersentuin’ zijn alle elementen van een typisch Tsjechov-stuk aanwezig : een continue beweging van personages, het tempo en de intensiteit die voortdurend veranderen, de dialogen die willekeurig lijken en zonder verband, die abrupt worden afgebroken door schijnbaar irrelevante interventies of informatie, belangrijke gegevens of gevoelens die bijna tussen neus en lippen worden gedeeld, de elegantie van de details, de spaarzaamheid van de woorden – Tsjechov blijft de meester van de economische expressie – de open structuur, een dramatisch veld eerder dan een dramatische lijn, geen aangedikte emoties, geen grootspraak, geen belangrijke waarheden.  De waarheid in dit stuk is bescheiden, eenvoudig, indirect, ze is geworteld in de herkenbare ritmes van ons leven.  Niets is opgeblazen, de proporties zijn vertrouwd, en toch is alles getransformeerd dankzij een verbeelding die ons diep laat doordringen in de vreemdheid van het alledaagse. ‘A True Comedy of High Seriousness’, zoals de Amerikaanse schrijver Richard Gilman het noemde.

Tsjechovs methode wordt vaak vergeleken met die van een componist of van een schilder : een penseelstreek hier, nog een daar, deze lijn verlengen, een plotse vlek, het geleidelijk invullen van een gebied, stipjes, vlekjes, donker en licht, uitvegen, opbouwen, …  Op 11 mei 1889 schrijft hij in een brief aan zijn broer Alexander : ‘Drastisch herschrijven moet je niet verontrusten, want hoe meer het resultaat een mozaïek is, hoe beter.’  Een dramatisch veld dus

En toch, hoeveel pogingen er ook zijn gedaan om het stuk te doorgronden, ‘De Kersentuin’ blijft een enigma en Tsjechov laat zich niet in een hokje duwen.  Sinds het begin van haar opvoeringsgeschiedenis wordt dit stuk heen en weer geslingerd tussen interpretatieve polariteiten : naturalisme of poëzie, realisme of symbolisme, sociale klaagzang of profetie, komedie of tragedie… Niet zelden ingegeven door ideologische kortzichtigheid is het stuk al alles genoemd : een politieke aanklacht, een poëtisch-melancholisch tijdsbeeld, een nostalgische overpeinzing, een ode aan de vooruitgang, een maatschappelijke satire.  De personages worden voortdurend, al naargelang het uitkomt, voor een of andere ideologische kar gespannen. Is Lopachin nu een held die staat voor vooruitgang en ondernemingsgezindheid ? Of is hij een omhooggevallen boer zonder manieren, verblind door winstbejag ? Is Ljoebov een verwend en egoïstisch nest dat de vergane glorie van de oude landadel vertegenwoordigt en maar beter zo snel mogelijk met haar hele kliek ten onder kan gaan ? Of is ze een sensuele en onweerstaanbare ode aan de breekbare menselijkheid en de noodzakelijke nutteloosheid in ons leven ? Staat ze symbool voor het recht op dat nutteloze, voor het recht op schoonheid, op alles wat geen economische waarde heeft, op cultuur ? Is Trofimov een verlichte geest of een breedsprakerige betweter die zelf ook niets uitvoert ? Of zou het misschien kunnen dat morele oordelen niet aan de orde zijn ? Geeft Tsjechov via zijn personages zijn eigen mening mee ? Of laat hij ze gewoon spreken ? Zijn de meningen die zijn personages met ons delen meteen ook ‘thema’s’ van het stuk ? Of zijn het gewoon meningen die verkondigd worden in het stuk ? Zou het kunnen dat de vele lagen van het menselijk bedrijf gewoon worden weergegeven in al hun complexiteit ? Dat het stuk zijn geheimen niet allemaal prijsgeeft, dat de personages ons niet zullen verklaren waarom ze doen wat ze doen... ?

Tsjechov ligt zonder twijfel liefdevol te grinniken in zijn graf en fluistert ons zacht in het oor : ‘Dat allemaal, en nog van alles… of niet… Zoek het zelf maar uit.’  Het is in ieder geval duidelijk dat dit stuk ongrijpbaar is als het leven zelf.

De Russische dichter Andrei Bely, die in 1904 een essay over ‘De Kersentuin’ schreef, “doesn’t identify Chekhov’s method as a technical instrument but speaks of what we ourselves might call his ‘glance’, as it falls, with unparalleled clarity, on the most minute particulars, on the extreme momentariness of our experience.  It’s this approach toward the humble, the casual and fragmentary, the scorned – the very basis of the revolution Chekhov brought about in the theater – which sets free the previously unknown, what we might call the music that hasn’t yet been heard.  ‘An instant of life taken by itself as it is deeply probed becomes a doorway to infinity,’ Bely writes.  ‘The minutiae of life will appear ever more clearly to be the guides to Eternity.’ (…) ‘In ‘The Cherry Orchard’ Chekhov draws back the folds of life, and what at a distance appeared to be shadowy folds turns out to be an aperture into Eternity.”’ *

Anton Pavlovitsj Tsjechov heeft een onuitwisbare stempel op de geschiedenis van het theater gezet en zijn proza, brieven en toneelteksten behoren nog steeds tot de mooiste uit de wereldliteratuur.  Zijn begrip van de zielenroerselen van de mens is ongezien, zijn inzicht in het menselijk bedrijf ongeëvenaard.  Hij was een morele revolutionair, hij heeft ons geleerd naar de mensen te kijken zoals ze zijn, klein en groot, sterk en zwak, goed en slecht, verdorven en verheven…  Hij blijft de grootmeester van het drama van het ondramatische en zal voor altijd behoren tot die kleine groep auteurs die essentieel zijn in onze zoektocht als mens, die ons met hun doorzicht kunnen blijven helpen om onze individuele en collectieve geestelijke gezondheid te bewaren, of terug te vinden

Dus waarom ‘De Kersentuin’ creëren in 2015 ? Daarom… of daarom… of daarom… of

Aan Olga Knipper op 20 april 1904 :
“Je vraagt : ‘Wat is het leven ?’ Je kunt net zo goed vragen : ‘Wat is een wortel ?’
Een wortel is een wortel, meer weet niemand ervan…”

(Deze tekst is schatplichtig aan “Chekhov’s plays : An Opening Into Eternity” van Richard Gilman. * is een direct citaat.)

 
© Johan Jacobs

the cherry orchard teaser ( by Ros Kavanagh )

radio-interview met Frank Vercruyssen, Evgenia Brendes en Scarlet Tummers
FM Brussel, 12 mei 2015

radio-interview met Jolente De Keersmaeker
Pompidou, Klara, 12 mei 2015

Bloesems moeten bloeden
De Kersentuin is geen kostuumdrama. STAN draait de klassieker door een postmoderne gehaktmolen. Het resultaat is een bekende, maar heerlijke farce. Bovenal blijft de essentie van deze Tsjechov bewaard. Moet we klagen of klappen als ze de kerselaars kappen?
Sam Rijnders, Veto, 17 mei 2015

audiorecensie
Filip Tielens, Klara, 18 mei 2015

STANs De Kersentuin is vaak verbluffend geestig - niet vet dijenkletsen, maar regelmatig zachtjes grinniken. Tegelijk is het droevig - geen tranentrekkerij, wel hartzeer .
Karin Veraart, De Volkskrant, 18 mei 2015

Tg STAN zet de bijl in 'De Kersentuin'
De sterkste scènes zijn die waar de acteurs intens de grondlaag van de tekst uitspelen. Zoals wanneer de wereldverbeteraar Petja (Lukas De Wolf) van leer trekt tegen de oude kaste. Kort daarna en evenzeer naar de keel grijpend is Ranjevskaja's wanhopige en gloedvolle pleidooi voor haar allesverterende liefde voor de man die haar hart brak.
Jan De Smet, De Morgen, 18 mei 2015

De kersentuin is heel actueel
De hoofdpersoon vertegenwoordigt voor mij vooral de vraag of er nog plaats is voor het recht op dingen die geen economische waarde hebben? En dat maakt het heer erg actueel, want ook in deze tijd moet alles geld opbrengen.
interview met Minke Kruyver, Jos Schuring, Haarlems Dagblad, 19 mei 2015

Vijftig tinten uitzichtloosheid
De kersentuin is een snedige voorstelling, we zagen theater met veel vaart. Maar het mooist is als alles stilvalt. Dan zit je gefascineerd te kijken hoe fraai immobilisme vorm krijgt op het toneel.
Geert Van der Speeten, De Standaard, 20 mei 2015

Dwalen in een eindeloos nu
Met een breekbare schoonheid schetst 'De kersentuin' een haast poëtische oogopslag op de menselijke ervaring. Die valt niet in grote verhaallijnen te dwingen, maar hoogstens te aanschouwen in al haar facetten. Het resultaat is een groots opgezette dwaaltocht met gevoel voor de bodemloosheid van triviale details en de overrompelende weerslag van het onbeduidende.
Maarten Luyten, Cutting Edge, 21 mei 2015

Een theaterfeest over afscheid in majeur
Tsjechov wilde alle zwaarte vermijden, en daar is Stan in geslaagd, zonder in geschmier en kluchtige overdrijving te verzanden. Integendeel, de oudere spelers van Stan en het jeugdig talent weten perfect te doseren in hun quasi nonchalance, in ritme, in hun dansante spelplezier, in hun oog voor detail, in hun lichtheid van het spel, in hun scherpe typeringen, in de snedigheid van dialogen.
Tuur Devens, De theaterkrant, 21 mei 2015

Luieren zit er nu niet in
De Kersentuin is niet zwaar op de hand. De thematiek, onder meer afscheid nemen van een landgoed dat generaties lang familiebezit was, is uiteraard vrij emotioneel. Maar Tsjechov bezit de kunst om zijn dialogen licht en bevattelijk te laten klinken. Conversaties, soms naast elkaar, klinken zo realistisch en quasi onbelangrijk alsof ze zo uit ons dagelijkse leven zijn geplukt.”
interview met Evelien Bosmans, GVA, 22 mei 2015

De Kersentuin
Bij STAN worden emoties klein gehouden of met ironie gespeeld. Een enthousiast potje zoenen wordt afgesloten met een tevreden ‘lekker’, een gebroken hart verborgen achter een blik die wegkijkt. Melancholie, weemoed, het is er wel, maar een toon van lichtzinnige blijmoedigheid overheerst. In deze vederlichte Kersentuin gaan menselijke tragedies schuil achter luchthartigheid. Monter dansen de personages hun ondergang tegemoet.
Joukje Akveld, Het Parool, 26 mei 2015

Tsjechovs 'De Kersentuin' wordt De Kusjestuin bij tg STAN
Zelden zo een doordachte én wervelende enscenering van Anton Tsjechovs De Kersentuin meegemaakt. Een impressionistische versie, zo lijkt het wel, van een typisch Tsjechovverhaal.
Els Van Steenberghe, Focus Knack, 26 mei 2015

STAN schetst trefzeker
STAN mag dan lak hebben aan een regisseur en repetities op de vloer, precies door het stuk samen grondig door te nemen en vorm te geven ontstaat op de planken een levensecht universum. Je zou warempel vergeten dat je in het theater zit.
Ilse Dewever, GVA, 29 mei 2015

Heel Rusland is onze tuin
Dit niet conceptueel gerepeteerde, zeer doordachte en op de speelvloer (mee) geschreven toneel van tg STAN blijft een godswonder.
Loek Zonneveld, De Groene Amsterdammer, 3 juni 2015

STAN in Tsjechovs Kersentuin: een woud van woorden, herinneringen, veranderingen
Afscheid nemen van vroeger en meegaan in een verandering met alle intriges en manipulaties van dien is nu, hier, voor iedereen, ook dagelijkse kost. De lichtheid en onverschilligheid waarmee daarbij met ernst wordt omgesprongen, evenzeer. Het maakt de Kersentuin van Tg STAN actueler dan gedacht.
Roger Arteel, theatermaggezien, 10 juni 2015

tekst naar Anton Tsjechov van en met Evelien Bosmans, Evgenia Brendes, Robby Cleiren, Jolente De Keersmaeker, Lukas De Wolf, Bert Haelvoet, Minke Kruyver, Scarlet Tummers, Rosa Van Leeuwen, Stijn Van Opstal en Frank Vercruyssen

licht Thomas Walgrave
scenografie STAN
kostuums An d'Huys
productie en techniek STAN

coproductie Kunstenfestivaldesarts, Festival d’Automne (Parijs), Théâtre de la Colline (Parijs), TnBA (Bordeaux), Le Bateau Feu (Duinkerke), Théâtre Garonne (Toulouse), Théâtre de Nîmes en STAN

première 7 oktober 2015, Dublin Theatre Festival, Ierland

Project co-produced by NXTSTP, with the support of the European Union’s Culture Programme