Tg STAN, eten en drinken op het toneel

De leden van tg STAN, te gast met verschillende producties bij het Festival d'Automne, zijn veelvraten van het theater, die van alles een maaltijd maken: klassiek repertoire (Racine, Molière, Goethe, Büchner, Ibsen, Tsjechov, Oscar Wilde), hedendaags repertoire (Peter Handke, Thomas Bernhard), niet-theatrale teksten (de Paradoxe sur le comédien van Diderot) en nu een filmscenario.

Verstandhouding

My Dinner With André , dat gespeeld wordt in het Théâtre de la Bastille, is een bewerking van een langspeelfilm van Louis Malle uit 1981, die zich volledig afspeelde in een chic restaurant in New York en twee mannen tegenover elkaar plaatste die hun eigen rol speelden. De ene, Wallace Shawn, was een theaterauteur met financiële problemen, de andere, André Gregory, een regisseur die het gemaakt had. Om het nuttige aan het aangename te paren, stonden de acteurs Damiaan De Schrijver en Peter Van den Eede erop het diner te behouden. Elke avond staat er dus een andere kok in de keuken om hen ter plaatse een echte maaltijd te bereiden, opgediend door een weinig toeschietelijke kelner. Van de champagne tot de pousse-café neemt dat alles ongeveer 3u30 in beslag, zonder pauze (tegenover 1u50 voor de film). De toeschouwers hebben er dus alle belang bij op voorhand te eten.

In alle voorstellingen van tg STAN zijn de basisingrediënten dezelfde: de woorden lijken zonder voorbedachten rade uit de mond van de acteurs te rollen, alsof deze laatsten de tekst tegelijk met de toeschouwers ontdekten. Dat zorgt voor een onmiddellijke verstandhouding met de zaal. Deze acteurs spelen niet, ze zetten gewoon hun gesprek verder. Die manier van werken is veel meer dan een eenvoudig recept. Elke voorstelling leidt tot een bevraging van wat een acteur doet. De spelers gedragen zich zo natuurlijk dat ze hun rol verlaten. Ze kruipen in en daarna weer uit de huid van hun personage tot ze de grenzen doen vervagen, alsof ze voortdurend opnieuw de scène uit A Midsummer Night's Dream speelden waarin de arbeiders die het blijspel Pyramus en Thisbe repeteren zich voortdurend vergissen tussen hun ware persoonlijkheid en de rol die ze moeten spelen. In My Dinner With André scheppen Damiaan De Schrijver en Peter Van den Eede er op die manier genoegen in hun eigen leven en dat van hun personages door elkaar te halen. Het wordt nog grappiger als ze dat gebruiken om hun partner van zijn stuk te brengen. Zo bijvoorbeeld in de volgende dialoog, niet helemaal waarheidsgetrouw, maar wel aannemelijk:

“Je zei net dat je 50 bent, maar dat is gelogen. Ik weet best dat je pas 42 bent.”

“Ja maar, in de film is mijn personage 50.”

“We zijn hier niet in de film, maar in het theater.”

Dubbelzinnigheid

Dat omtoveren van de zaal tot coulissen werkt uitstekend tijdens de volledige eerste helft van het stuk. De film van Malle steunde al ten dele op de dubbelzinnige verhouding tussen echte en fictieve personages: André Gregory en Wallace Shawn speelden op het witte doek de rol die ze echt vertolkten in hun leven. Maar het was geen documentaire: hun dialogen waren uitgeschreven en hun personages waren ‘gedramatiseerd’. Gregory monopoliseerde het woord, de macht en de hersenspinsels, terwijl Shawn heen en weer geslingerd werd tussen ironie en lichte verbittering. Daarbij was het theater eigenlijk het onderwerp van de film: de beschouwingen van de schrijver en de regisseur gingen vooral over kunst. Tg STAN  schept er genoegen in een aantal lagen toe te voegen aan het Russische poppetje: een les over het theater in een clownesk nummertje in een toneelstuk in de bewerking van een film

Ze lopen hiermee het risico het publiek iets te vroeg te verzadigen: het hoofdgerecht gaat er minder goed in dan het voorgerecht, maar reeds voor het dessert is het euvel al hersteld, en het geheel eindigt schitterend in de sigarenrook. Theater à volonté.

Libération, René Solis, 10 november 2005