Struikelend door het leven

Stan speelt teksten van Thomas Bernhard

Nonchalant worden de gemaakte slachtoffers opgesomd. De een heeft er 28 eigenhandig omgebracht, de ander nog veel meer. En passant wordt gevraagd wie er nog slagroom wil. Probleemloos wordt overgeschakeld van de oorlogsgruwelen naar alledaagse kleine verlangens.

Stan heeft zich voorr zijn nieuwe voorstelling met de ietwat merkwaardige titel redde wie zich redden kan gebaseerd op de Dramoletten van Thomas Bernhard. Het gezelschap heeft eerder laten zien dat zij uitstekend uit de voeten kan met zijn vlijmscherpe teksten. De Dramoletten vormen een soort vingeroefeningen voor het grotere werk van Bernhard. Het zijn korte schetsen over het naziverleden en over het fascisme waarin hij vooral kleinburgerlijke lieden aan het woord laat. Zoals de soldaten die opscheppen over hun oorlogsverleden, terwijI ze genieten van de koffie met slagroom of zoals de buren die zich na de dood van een dorpsgenoot volkomen willekeurig keren tegen de buitenlanders in de buurt.

De vijf schetsen zijn in een strakke structuur geperst. De fragmenten worden telkens voorafgegaan door een verkleedpartij van de drie acteurs en gevolgd door een stijIvolle buiging. Tussendoor klinkt muziek, vooral de Radetzkymars, die voor ons altijd gekoppeld zal blijven aan de vader in Turks Fruit met zijn tietenkont, tieten kont, tieten-kont-kont-kont.

Een ander belangrijk stijlkenmerk is dat van de weerstand. Stan speelt zelden of nooit in een keurig aangeharkt toneeldecor. Het zeil dat aan het begin van de voorstelling naar beneden wordt gehaald valt over de rommel op de toneelvloer. Af en toe duikt Damiaan onder het zeil om er de broodnodige rekwisieten onderuit te vissen. Dat levert tien meest komische scènes op, want oh, wat kan hij prachtig onhandig goochelen met een klaptafel.

Struikelend banen de spelers zich telkens opnieuw een weg door de berg rommel: een fraaie metafoor voor het gedoe en getob waarmee het alledaagse leven nu eenmaal vaak gepaard gaat.

De drie acteurs zijn sterk aanwezig op het toneel. Het is fascinerend om te zien hoe snel zij kunnen transformeren van redelijke, beschaafde burgers in angstaanjagende taal uitslaande agressievelingen. Toch begint de voorstelling naar het einde toe te slepen. Misschien omdat de teksten gebaseerd zijn op de achterklap van 'gewone' mensen en dat vocabulaire is nu eemnaal beperkt. Je gaat op den duur verlangen naar een echte Thomas Bernhard.

Haarlems Dagblad, Margriet Prinssen, 25 februari 2005

Nederlands