Heel Rusland is onze tuin
   
Het is zo’n moment dat je meent te kennen. Je weet dat het eraan komt. Het is voorbij voor je het weet. De hoofdfiguur in Anton Tsjechovs Kersentuin, Ljoebov Ranjevskaja, is na vijf jaar weer thuis. Iedereen wil haar zien.
Eén figuur mág haar niet zien. Dat is Petja Trofimov, de huisonderwijzer van haar kind Grisja. Dat kind is vijf jaar geleden verdronken. Alles wat Ljoebov aan vluchtgedrag, aan geen-thuis-nergens-gefladder vertoont, is waarschijnlijk gevoed door dat ene tragische incident. We weten het niet. Want er wordt over belangrijke incidenten veel ­gezwegen bij Tsjechov. Hoe dan ook, per ­ongeluk, of gewoon omdat er met de ­wijsneuzige Petja ­Trofimov geen afspraken te maken zijn, lopen hij en Ljoebov elkaar in die eerste nacht vrij snel tegen het lijf. Meteen scheurt de oude wond open.
Het is zo’n moment dat je meent te herkennen. En hier, bij toneelspelersgezelschap STAN uit Vlaanderen, dat De kersentuin speelt, verloopt het toch allemaal net even anders. Jolente De Keersmaeker (Ljoebov) raakt het gezicht van Lukas De Wolf (Trofimov) aan alsof ze er diepe voren in wil trekken, merktekens in wil plaatsen. Ze trekt zijn lijf naar zich toe en stoot het weer af. Kamermuziek van verdriet is het, met een stil centrum en luidruchtige buitenkanten. Je weet dat het eraan komt. En het is voorbij voor je het weet. Maar je kijkt daarna anders naar Ljoebovs uitbundige gestiek en wat ze er mogelijk achter verbergt. En als anderhalf bedrijf later Ljoebovs dochter bijna vanuit het niets tegen Trofimov zegt dat de kersentuin haar opeens niet zoveel meer kan schelen en dat dát zijn schuld is, resoneert er een lichte huiver mee in zijn antwoord: ‘Heel Rusland is onze tuin.’
De ruimte is weids, de losse raamwanden draaien met de aktes van het stuk mee, het landgoed is pover gestoffeerd. Frank Vercruyssen speelt de voormalige kinkel die alles opkoopt om te slopen, nadat hij twee aktes lang vergeefs de breed glimlachende pragmaticus heeft uitgehangen. De raadsels die aan het stuk kleven worden niet opgelost, eerder op een plezierige wijze vergroot. Welke spelletjes speelt Ljoebovs broer Gajev nog meer behalve biljart? En waar komt die goochelende sans papiers Charlotta toch vandaan? En hoeveel Poetin woont er in de oude knecht Firs? Naast vertrouwde gezichten speelt een contigent nieuwe talenten mee. Op de tweede Amsterdamse avond viel een jonge actrice uit door een flauwte, haar collega die meekeek op de tribune viel meteen voor haar in. Dit niet conceptueel gerepeteerde, zeer doordachte en op de speelvloer (mee) geschreven toneel van tg STAN blijft een godswonder.

Loek Zonneveld, De Groene Amsterdammer, 3 juni 2015