Baldadige bloemlezing Bernhards humor

Alleen dat aankleden al. Om een nieuw fragment te beginnen, hijsen de acteurs zich elke keer omstandig in een nieuw kostuum. Ze helpen elkaar, mooi in het ritme van de muziek en brutaal tonen ze zich dan in weer een nieuwe, fraaie uitdossing. Om zich vervolgens met overgave te storten op de fragmenten van Thomas Bernhard.

STAN, de Vlaamse toneelspelersgroep, springt vrijbuiterig om met de tekst van de Oostenrijkse schrijver. In een decor waarin alle attributen meteen bij aanvang onder een groot dekzeil worden begraven. Zoals de personages hun verleden en hun wandaden ook het liefst begraven. Om er zo nu en dan een stoel of een tafel onderuit te trekken.

Een behangerstafel bijvoorbeeld, die de acteur met geen mogelijkheid in elkaar krijgt, tot hij ten slotte zijn hoofd maar door het tafelblad steekt. Het is een hilarische act die niet zou misstaan in een Laurel en Hardy-film. En zo zijn er meer in Redde wie zich redden kan , een typische STAN-productie. De ernst van het onderwerp krijgt een weldadig lichte toon. Maar hoe de spelers de narigheid weglachen, schril, op hoge tonen, dat snijdt je door de ziel.

Bernhard schreef met Dramoletten een reeks korte sketches. Vingeroefeningen lijken het, met alle kenmerken van zijn grotere stukken. Lange monologen, poëtische repetities, litanieën van menselijk onvermogen, En STAN treft wonderwel de juiste toon van deze aartsmopperaar, die het naziverleden van zijn landgenoten dodelijk op de hak neemt.

Over volgevreten nazi's gaat het, die samen beslissen dat Buchenwald eigenlijk zo erg niet was. Dat de kleine kampen best wel meevielen. Of over een vrijgesproken massamoordenaar die er 'maar' vijfentwintig op zijn kerfstok heeft. En telkens wordt het gesprek onderbroken door een herinnering aan een heerlijke salade die ergens op een buitenplaats is genuttigd of een mooi hotel dat op een van de reisjes is aangedaan.

De drie acteurs vullen elkaar prachtig aan: de springerige Jolente De Keersmaeker, de rustige Sara de Roo en de lekker onbehouwen Damiaan de Schrijver. Samen hebben ze er een baldadige bloemlezing van gemaakt die de typische Bernhard-humor in het hart treft.

En die bovendien een link legt naar de huidige tijd: gaat het ook in onze gesprekken niet veel te vaak over lekker eten, leuke reisjes en mooie kleren? Die kleren komen niet ter sprake: die worden ons getoond. Zelden had aan- en uitkleden zo'n theatrale kracht.

de Volkskrant, Marian Buijs, 2 april 2005

Nederlands