Leugen als bindmiddel

Met grove steken naait Tg Stan in of/niet een politiek stuk aan een billenkletser. Het parcours van Tg Stan is op een delta gaan lijken. Tot dusver liepen politieke stukken ( JDX Public Enemy , Vraagzucht ) en pure farce ( Poquelin, Vandeneede... ) in aparte beddingen. In het synthesestuk of/niet zijn ze voor het eerst in elkaar geweven. Met welk gevolg?

De voorstelling begint met Party Time . Het is een van de korte stukken waarmee Harold Pinter na de eerste Golfoorlog terugkeerde. Zijn expliciet politieke fase was begonnen. Pinter brengt receptieschuimers uit de betere kringen samen. Ze handelen volgens een onuitgesproken pact: elkaar in stand houden. De onrusten in de straat zijn voor hen te herleiden tot een vervelend ongemak. Wordt spoedig opgelost.

De vier kernleden van Tg Stan betreden het lege speelvlak met een plastic zakje. Daarin smokkelen ze een nieuw stuk binnen in Party Time . Dat ,,stuk in het stuk'' neemt bezit van het podium naarmate de acteurs de attributen uitzetten in de ruimte. Als een duivel uit een doosje neemt Relatively Speaking de overhand, een van de wrange komedies van Alan Ayckbourn. Zo voornaam het ene stuk klinkt, zo schel toetert het andere. Maar ze zijn even grof.

Zoals Tg Stan Party Time speelt, gaat het over inclusie. Deze lui hemelen elkaar op. Ze inviteren elkaar voor weer een nieuw clubje met weer dezelfde leden. Dissonante geluiden worden eerst beleefd afgewimpeld en vervolgens keihard overruled. Wie zich roert, gaat eruit. Dat ondervindt Dusty (Jolente De Keersmaeker), die blijft interpelleren over wat er met haar broer Jimmy gebeurd is. We vernemen het niet, want de politieke kantjes (suggestie Pinter: geëlimineerd) zijn weg.

Tussen twee bedrijven Ayckbourn komt of/niet terug bij Pinter, als reminder dat het daar allemaal om begonnen was. Machtscenakels hebben tegen die tijd plaats gemaakt voor relaties. Van in het begin stapelen de suggesties van overspel zich op. En misverstanden. Ayckbourn is een meester in intrigebouw. Hij houdt een woud verhaallijnen in bedwang en trekt op het juiste moment aan het juiste koordje. Hi-la-risch.

Tijdens Ayckbourns uitgesponnen bedrijven raakt de voorstelling op volle toeren. Het komisch acteertalent van Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen scheert hoge toppen. Als een rollercoaster wentelt dit stuk zich van de ene onvoorziene bocht naar de andere. Telkens rond hetzelfde punt: man vraagt uitgerekend aan de minnaar van zijn lief toelating voor een huwelijk.

De komedie heeft zoveel zwier, dat de vraag rijst of Stan niet beter alleen Ayckbourn had gespeeld. Ook die rekent ongenadig af met de burgerij. Om gezichtsverlies te voorkomen, houden twee koppels de leugen in stand dat Ginny (Sara De Roo) de dochter is van haar minnaar.

De link tussen de twee stukken dat een verbond van leugens de maatschappij doortrekt, van de hoogste kongsi tot de burger in huisje weltevree. Dat lijkt de finale te benadrukken - zaallicht aan - als met Pinters woorden het feest ontbonden wordt. Het is wat omslachtig aangebracht. In deze voorstelling loopt de komedie de politieke lading onder de voet. Of niet?

De Standaard, Geert Sels, 21 april 2006

Nederlands