'We dreigen nieuwe schrijftalenten te mislopen'

STUKKEN zet de omstreden positie van de toneelschrijver in Vlaanderen op de agenda. Er blijft ruimte voor verbetering, beaamt Tom Lanoye. 'Ik ben zelf de laatste die mag klagen, maar in het buitenland heeft de toneelauteur toch meer aanzien.'

'In theater zie je nog veel voorstellingen waar het licht en de kostuums wel door een vakman worden ingevuld, maar niet de tekst'

Met zijn zes schrijfopdrachten engageert tg STAN dit seizoen in één keer meer Vlaamse auteurs dan de rest van alle theaters samen. De redenen voor die geringe samenwerking zijn divers. Nieuwe auteursteksten kosten geld, terwijl daar in het theater geen overschot van is. Je weet als gezelschap niet altijd wat je krijgt. Maar bovenal hebben we sinds de jaren 1980 een theatercultuur die de maker boven de schrijver verkiest, anders dan in pakweg Frankrijk of Groot-Brittannië. Hier schrijven of bewerken makers niet zelden gewoon zelf hun tekst.

Op zich is die vrijheid ons grootste geluk, vindt Tom Lanoye. 'We kampen niet zoals in Engeland of Frankrijk met een traditie die als een molensteen om onze nek hangt. Hoeveel grote klassiekers zijn hier ooit geschreven? Vrijdag en Het gezin Van Paemel , daar stopt het zowat. Er kon dus makkelijker worden gebroken met de klassieke auteurstraditie. En vandaag kan het Vlaamse theater alle kanten uit. Internationaal is die enorme vrijheid net onze kracht.'

Is dat niet ten koste gegaan van de kwaliteit van teksten?

Lanoye: 'In vergelijking met twintig jaar geleden hebben we nu niet alleen veel meer auteurs, we hebben ook een grotere variëteit aan schrijvers, net dankzij die afrekening met de aloude auteur aan zijn schrijftafel. Dat heeft een nieuw soort schrijverschap mogelijk gemaakt: Pieter De Buysser, Peter Verhelst, Jan Decorte, Arne Sierens, Filip Vanluchene, noem maar op. Zij zijn als auteurs geen vreemde elementen meer in het theater, maar staan dichter bij de praktijk. Ook voor mijzelf is dat directe gesprek de enige vruchtbare constructie. Ik ben geen inktkoelie, maar wil van bij de eerste gesprekken betrokken zijn. Tijdens repetities kijk ik steeds meer in functie van de voorstelling: welke repliek kan worden gecoupeerd, welke verplaatst? Acteurs kunnen tot vlak voor de première aan mijn mouw komen trekken om een zin of zelfs een woord bij te schaven. Ik heb hun vertrouwen.'

Maar hoe zit dat voor nieuwe stemmen, minder vertrouwde schrijvers?

'Daar zit wel een probleem. Ik viel onlangs plat achterover toen Erwin Jans (dramaturg bij Guy Cassiers, red.) op een debat bekende dat ze in het Toneelhuis wel veel stukken spontaan opgestuurd krijgen, maar... dat die doodgewoon niet worden gelezen. "Zo werkt dat niet", zei hij. Misschien is voor die lectuur tijd te kort, dat kan, maar als er tussen die inzendingen een tweede Who's afraid of Virginia Woolf zou zitten, dan wordt die dus niet opgepikt? Dat vind ik redelijk hallucinant. Zo dreigen we nieuwe schrijftalenten te mislopen. Zelf ben ik wél vroeg opgepikt omdat Walter Tillemans (ex-Raamtheater, red.) en Gerardjan Rijnders (stichter van Toneelgroep Amsterdam) echt op zoek waren naar nieuwe pennen.'

Ligt die moeilijke verhouding tussen auteurs en theatermakers alleen aan de theaters?

'Ook aan de literatuurwereld zelf. Die ziet toneelschrijven en -schrijvers nog steeds niet voor vol aan. Sommige auteurs kennen de toneelpraktijk ook te weinig, waardoor ze in wantrouwen of zelfs misprijzen vervallen. Maar ook regisseurs houden soms de boot af voor een intensieve samenwerking. Niet iedereen wil een schrijver mee aan de centrale hendels van zijn creatie.'

Wat is dan eigenlijk de meerwaarde van een goede auteur?

'Hij is een extra dramaturg, die voor de verschillende personages een boog weet te spannen. Goede dialogen zijn bovendien regelrecht een vorm van muziek, terwijl je met slechte dialogen veel meer moet investeren in spel en regie. Iedereen kan een verhaal vertalen in scènes, maar het ook pakkend doen klinken, vergt vakmanschap. Kijk naar Pulp Fiction , dat Tarantino ook in boekvorm uitgaf. Zijn dialogen maken taal tot een kunstvorm, terwijl de pulp die hij parodieert, alleen platte informatie en clichés leverden. Ook in theater zie je nog veel voorstellingen waar het licht en de kostuums wél door een vakman worden ingevuld, maar niet de tekst.'

Zijn er oplossingen? De toneelopleidingen?

'In schoolse cursussen geloof ik niet, wel in vakmanschap: al doende schaven, repetities en voorstellingen platlopen, discussiëren over tekst. Organisatorisch pleit ik voor "stukkenmarkten", zoals in grote theaters in Duitsland of op Franse festivals: tekstlezingen voor publiek. Zoek een aantal mensen die al die spontane inzendingen bij huizen lezen, kies er tien stukken uit en organiseer een programma waarin acteurs die voorlezen. Zelfs al deugen er maar drie, die kwaliteit wordt dan toch opgepikt.'

Waar gaat uw nieuwe stuk voor tg STAN over?

'Ik ben een van de weinigen die blij is met de kredietcrisis, of toch tenminste omwille van het verspilzuchtige luxeleventje van topbankiers. In mijn stuk zet ik een paar van zulke private bankers samen in een kasteel, waar ze voor een paar dagen hun gsm's en blackberry's afzetten. Net dan breekt de kredietcrisis los. Zie het als een zedenkomedie, ergens tussen Tsjechov en David Mamet in. Ik heb ook echt iets voor alle zeven spelers geschreven. Wat we missen, zijn grote ensemblestukken, wezenlijk drama. Te vaak worden er monologen geschreven. Ik pleit voor polyfonie.'

De Standaard, Wouter Hillaert, 21 maart 2009

Nederlands