'Als ik mezelf zie, zie ik een vreemde'

interview met Damiaan De Schrijver over acteren, schroom en cultuursnobisme

Na De Ronde volgt Terug naar Oosterdonk . En dat terwijl Damiaan De Schrijver zich ongemakkelijk voelt voor de camera. 'In het theater, daar heb ik alles onder controle.'
'Ik ben geweldig onhandig. Ga ik op een stoel zitten, breekt de poot af. Maar in theater is dat plezant'

'Een interview met mij?' Zucht aan de andere kant van de lijn. Damiaan De Schrijver doet dat niet graag. Het is geen koketterie of valse bescheidenheid, veeleer warsheid van BV-cultuur. 'Ik heb goede schrijvers nodig om te kunnen zeggen wat ik denk. Een goede toneeltekst dwingt je tot nadenken over de relevantie van die woorden voor onze tijd. Veel interessanter dan mijn mening.' Maar we dringen aan.

De Schrijver is het verbindingsteken tussen twee zondagavondreeksen op Eén. Tot zondag was hij in De Ronde de zachte radicaal John Van Roey, de goededoelenterrorist van bordeel Havana. Vanaf zondag zien we hem veertien jaar jonger terug als ingenieur Custers in Terug naar Oosterdonk . En met zijn theatergezelschap STAN is hij vanaf mei weer te zien met Oogst , een eclectisch avondje theater. Gespreksstof genoeg, toch? Gegrom. 'Ik bel je over een uurtje terug.' Dan komt het groene licht, en even later zitten we op het terras van de Entrepot du Congo.

Toestemming gekregen van de collega's?
(glimlacht) 'STAN is een echt collectief. De democratie is er absoluut, we vergaderen tot in den treure en zoeken naar consensus. Er is niet iemand boven ons die ons vraagt een bepaald stuk te spelen, we hebben nooit een regisseur gehad. We grijpen in de boekenkast en proberen elkaar ervan te overtuigen dat dat stuk op dit moment urgent is. En we delen alles: de verantwoordelijkheid, waar en wanneer en hoe we spelen, de kritiek. Wij beslissen samen over de belichting, het decor, en dus ook over de publiciteit. En over de zin van een interview. Ik - nee wij, alles is altijd wij geweest bij STAN - heb daar altijd voor gevochten, voor dat ensemble-denken.'

Dezelfde vier mensen, al 22 jaar samenwerkend ...
'Met Frank (Vercruyssen) en Jolente (De Keersmaeker) zelfs al 25, want we studeerden samen aan het conservatorium. En Sara (De Roo) is er snel daarna bijgekomen.'

Dat je elkaar niet beu wordt ...
'Incestueus, hé? We hebben een methode gevonden om steeds weer goesting te krijgen in elkaar, door geregeld met andere mensen samen te werken. Sara met Oscar van den Boogaard en Steven Van Watermeulen; ik met mijn meester Matthias de Koning en met Peter Van den Eede; Frank heeft zijn Midden-Oostentraject, Jolente onderzoekt de grenzen tussen woord en dans in samenwerkingen met haar zus (Anne-Teresa De Keersmaeker, red). We kunnen soms even de deuren openzetten. Ook met film of tv-werk, als je toestemming krijgt van de anderen. En dat vergt veel agenda-gepuzzel.'

Jullie betrekken ook andere acteurs bij STAN.
'O ja, de lijst is lang. Natali Broods, Stijn van Opstal, Wine Dierickx, Adriaan Van den Hoof, Tine Embrechts, Nico Sturm, Dirk Van Dijck,... Voor Oogst mochten we allemaal iemand uitnodigen. Ik heb Dirk Van Dijck gekozen, om samen met hem de eenakter Het huwelijksaanzoek van Tsjechov te spelen. Dirk fascineert me al jaren. Een gulle, genereuze, zotte mens met een grote dosis zelfrelativering. Het is een feest dat ik eindelijk met hem kan samenspelen.'

Is er ook een inhoudelijke reden om Oogst nu te spelen? Een rode draad?
'Nee. Het is een voorstelling van een uur of drie, met brokstukken uit het repertoire, wat eenakters en favoriete scènes; maar ook muziek en dans en dagelijks een actueel politiek statement, gebaseerd op een brief uit de krant of zo. Associatief zullen er voor iedereen verbanden zijn, maar een grote gemene deler is er niet. Je kunt altijd wel één of ander abstract woord verzinnen - 'ontzetting' of zo - om een rode draad te suggereren. Ik vind dat niet nodig. Als je per se een kernwoord wilt: machtsverhoudingen, daar draait het altijd om. En om spelvreugde natuurlijk. Of mag je geen stukken spelen puur omdat je ze graag speelt? De voorstelling is ontstaan uit de 24 uur-marathons die we twee jaar geleden speelden voor onze twintigste verjaardag. Toen was dat vooral een evenement. Er zijn vier toeschouwers die die marathon helemaal hebben uitgezeten, met croissants op hun schoot terwijl wij om vier uur 's ochtends een stuk van Ayckbourn speelden. Die mogen levenslang gratis naar onze voorstellingen komen. Nu oogsten we wat we toen gezaaid hebben. We hebben meer tijd gehad om een selectie te maken, en om dat goed te doen.'

Zit er nog voldoende verrassing in?
'O ja. Bij STAN moeten de teksten perfect gekend zijn: we vertalen en bewerken alles zelf, heel meticuleus, maar hoe je die tekst speelt, kies je op het moment. Frank speelt iedere avond met twee gasten One for the road van Pinter. De gasten kennen de tekst, maar ze weten niet wat Frank gaat doen. Het leuke aan zo'n geassembleerde avond is dat je dingen kunt opvoeren waaraan je normaal niet toekomt. Dat Huwelijksaanzoek van Tsjechov duurt maar een half uur; wanneer kun je dat opvoeren? Je kunt het publiek toch niet na een half uur naar huis sturen? Ik zou dat fantastisch vinden, hoor. Dan kun je later beginnen, zodat iedereen eerst rustig de kinderen aan de babysitter kan geven. Dan komen ze tenminste niet helemaal opgefokt naar die zaal. Mijn donkere ik wantrouwt soms de motivering van mijn eigen publiek. Zitten ze daar uit verlangen om bij de culturele elite te behoren, of omdat ze echt daar iets willen opsteken of meemaken?'

Je bent onlangs op tv geweest in een succesreeks. Misschien komt een deel van het publiek gewoon om je eens in het echt te zien.
'Het zij zo, als ze dan ondertussen een goed stuk hebben gezien. Maar ik hoop dat ze vooral komen om Tsjechov te zien, niet om Damiaan De Schrijver te zien. Nu denk ik niet dat dat vaak gebeurt, in mijn geval. Ik wil daar sowieso niet over nadenken.'

Waarom heb je De Ronde gedaan?
'Jan Eelen heeft me ooit gevraagd voor Het eiland, maar ik kon toen niet. Vorig jaar belde hij me op 3 april, om 's anderendaags langs de kant van de weg te komen staan terwijl het peloton voorbijreed. Ik zei ja omdat ik Jans andere programma's had gezien en goed vond. Ik voelde me vereerd. Ik wist toen nog niet wat hij in gedachten had. Toen ik de andere acteurs zag, vroeg ik me af waar de verborgen camera hing.'

Het betekende wel: werken met een baas.

'Maar dan één met wie je kunt discussiëren, en die ook zijn twijfels durft te laten zien. Nu ja, ik geef toe dat film en tv mijn biotoop niet is. Ik zeg meestal nee en als ik toch toehap denk ik vaak: wat loop ik hier te doen? Ik heb weinig affiniteit met de camera, ik kan mijn eigen kop echt niet zien op beeld. Te confronterend.'

Wat zie je dan: onvolkomenheden?

'Alleen maar dat! Je speelt zoveel takes en er zal er hopelijk wel één wat beter zijn dan de andere. Maar je hebt geen idee wat men daarmee doet in die montagekamer, wat dat kleine stukje betekent in het hele verhaal. En ik ben achteraf altijd onaangenaam verrast als ik mezelf zie. In het theater maak je het verhaal van het begin tot het einde, je hebt controle over het geheel. Bij film of tv niet. Je moet je overgeven, aan een regisseur en aan een scenario. Bij De Ronde wist ik weinig of niets vooraf. Meneer Eelen herschreef hele stukken tekst nog in de nacht voor de opnames. Gelukkig voelde ik me wel goed op mijn gemak op de set. Jan is zoals Guido Hendrickx en Frank Van Passel: goede filmvaders, die me gidsen en zeggen wanneer het wat minder of wat meer moet zijn. En het klikte geweldig goed met Marleen Merckx en Chris Willemsen: ik hield van die vreemde driehoek. We mochten ook vaak scènes wat langer doorspelen. Als je die vrijheid hebt, wordt filmen een prettiger ervaring. Maar een vis in het water zal ik me nooit voelen voor een camera.'

Toen ze je laatst op de radio vroegen of je spijt had van De Ronde , zette je je joker in.
'Niet uit spijt, gewoon omdat ik niet voldoende heb gezien om te kunnen oordelen over het eindresultaat. Ik heb enkele afleveringen gezien, tot ik er te veel in kwam. Toen durfde ik niet meer kijken. Dat is... schroom. Ik ga het ooit zeker allemaal zien, op een moment dat ik er klaar voor ben. Nu is het nog te veel een spiegel die me bang maakt. De eerste keer dat ik mijn achterkant zag, dat was verschrikkelijk. Het is zoals je eigen stem horen: die ontken je, je hoort een andere man. Als ik mezelf zie, heb ik dat ook. Vreemd, hé?'

En dat went niet?
'Ik zit voortdurend te wikken en wegen of ik meer film en tv wil doen. Is het de moeite waard? Het is een vak apart, hoor. Alleen al maar onthouden, tussen twee opnames in, of je je glas in je linkerhand vasthield of in je rechterhand - voor de continuïteit. Ik ben daar vreselijk in. Ik ben een onhandigaard. Als ik in een zetel ga zitten, breekt de poot. Doe ik een deur open, heb ik de klink vast. In het theater creëert dat kansen. Dat je opeens de klink vast hebt, is meegenomen. Omdat je live het probleem moet oplossen. Bovendien is die klink niet echt en die deur niet echt, en zitten we niet echt in een huiskamer maar op een toneelvloer, en mogen die conventies wel even gesloopt worden. Maar bij film moet alles er zo echt uitzien, ook al is het nep. Daar hou ik minder van. Voor mij mogen de beelden wat bijbelser zijn, met metaforen die de realiteit overstijgen. Ook in soaps wordt behoorlijk geacteerd tegenwoordig, maar het kleeft aan de huis- tuin- en keukenrealiteit, en voor mij is het pas spannend als je een stap hoger springt dan de realiteit. Als de fantasie het haalt op de werkelijkheid.'

Zegt de man die net prachtig samenspeelde met Marleen Merckx, Simonneke uit Thuis ?
'Marleen heb ik altijd een fantastische actrice gevonden. Ik vind soaps niet minderwaardig, ze kaarten hete hangijzers zoals homoseksualiteit, euthanasie, xenofobie, aan bij een breed publiek. Maar naar mijn smaak overstijgen ze te weinig de realiteit. Daarom hield ik veel van dat universum in de Havana. Vanwege het bizarre, en ook vanwege de interessante botsing van stijlen: een theateracteur, een soapactrice en een amateur met alleen wat figurantenrollen op zijn teller. Er zijn zoveel acteertechnieken als er acteurs zijn. Ik ben nog steeds woedend dat de Studio Herman Teirlinck is opgedoekt. Dat heeft me zo diep gekwetst, dat ik daarna nooit meer les heb gegeven. Sommige opleidingen zijn te zeer gestuurd door een vast idee over de ideale acteur. Er is niet één school, methode, stijl; alles hangt af van je individuele verbeelding. Daarom vond ik die samenwerking met Marleen en Chris zo geweldig. Marleen heeft mij meer geleerd op die set dan ik haar. Ze kan zo om het even welke rol van Tsjechov spelen. Ze heeft er alleen de tijd niet voor, omdat ze al jaren Simonneke is. Dat zijn de keuzes die je maakt als acteur.'

Maar een keuze die jij nooit gemaakt had?
'Wie zegt dat? Dingen groeien, deels door toeval. Als kind was ik al bezeten door het woord. Ik ben rechten gaan studeren omdat ik uit een juristenfamilie kwam, en ik meende als strafpleiter iets te kunnen doen met dat verbale. Met woorden rechttrekken wat krom is, geweldig toch? Ik was misleid door de tv-reeks Beschuldigde sta op. Ik dacht dat het puur om pleiten ging. In het derde jaar rechten kreeg je voor het eerst een cursus strafrecht, en toen ben ik afgehaakt. Te technisch. Op het Conservatorium ben ik dan geweldige medestudenten tegengekomen, en fantastische leermeesters zoals Josse De Pauw en Matthias de Koning. Zo is dat gelopen, maar voor hetzelfde geld speelde ik nu een vaste rol in een soap. Ik ben een theaterbeest, maar ik heb ook momenten van twijfel. Dan vraag ik me af wat ik eigenlijk wilde bereiken met dat theater. Wat mijn missie is.'

En ben je daar al uit?

'Nee. Het was me nooit te doen om aanzien of bekendheid. Wel om teksten en hun relevantie voor ons leven. Teksten en ideeën die je helpen knopen te ontwarren, of die knopen juist nog groter maken omdat ze me in de war brengen. Tekst als een middel om de condition humaine te doorgronden, de Geworfenheit, het feit dat we zelf niet hebben gewild hier te zijn. Alle grote toneelstukken sinds de Griekse tragedies handelen over hoe het politieke aan ons hangt zodra we niet alleen zijn. Hoe ga je om met vrijheid? Ben je verplicht om solidair te zijn? Wat zijn grenzen, en kunnen we die verleggen? Wat is democratie? De grote vragen. Daar geven die toneelstukken ook het antwoord niet op, maar ze stellen tenminste de vraag.'

Je spot ook vaak met burgerlijkheid.
'Dat kun je alleen maar als je toegeeft dat je zelf burgerlijk bent! Ik ben gesubsidieerd, ik heb een vrouw, ik heb een aantal dingen die anderen niet hebben. Moet ik me daar schuldig over voelen? Waar is mijn plaats in deze maatschappij? Een steeds moeilijker vraag, nu het onmogelijk wordt jezelf nog terug te vinden in politieke partijen.'

En dus zoek je het maar in toneelteksten van tientallen of honderden jaren oud.
'Ja, maar wat Shakespeare geschreven heeft, is ook geen dogma. Ik wil juist alles in twijfel trekken. Thomas Bernhard is mijn held onder alle toneelschrijvers. Hij doet zekerheden kantelen. Demythologiseert. Relativeert. Bernhard zet me iedere keer weer op een ander idee. Ook over de kunst, waarin iedereen elkaar na-aapt. Er zijn zoveel dingen waarover niemand nog een authentieke, persoonlijke kritiek durft te hebben. In een bepaalde kunstelite praat men elkaar na, maar ze zitten vaak naar de nieuwe kleren van de keizer te kijken. Ze durven zich niet af te vragen wat ze er zélf van vinden.'

Het cultuursnobisme regeert?
'Die designbijlagen in de kranten, dat gedweep met het nieuwste driesterrenrestaurant - durf niet te zeggen dat je het niet lekker vond of je kent er niets van. En ook het theater natuurlijk. Wij spelen een maand in volle zalen op het Festival d'Automne in Parijs, maar dat lijkt van geen tel als je niet twee dagen in Avignon hebt gestaan. Dán heb je het bereikt, wat je ook hebt opgevoerd. Ik krijg iets van snobs en dwepers.'
'Oei, ik draaf weer door, hé? Ergernis is mijn motor. En die ergernis wordt het best gekanaliseerd in bestaande teksten. Oude meesters van Bernhard ga ik binnenkort opnieuw spelen. Daar zit de hele ergernis over mijn kindertijd in opgeborgen, over de school en mijn ouders en de lessen blokfluit. Bernhard noemt Kokoschka en Schiele en Klimt kitsch in dat stuk, en zegt dat Beethoven pompeuze marsmuziek schreef en Mozart onderbroekenkitsch. Ik zeg niet dat ik het daarmee eens ben, maar ik hou van dat individueel kritisch durven zijn. Zeer toepasselijk in deze tijd waarin mensen elkaar achterna lopen, in plaats van individueel te denken. Huil niet mee met de wolven, mensen, durf tegenjanken!'

Ik wil het nog even over Terug naar Oosterdonk hebben, de prachtreeks van Frank Van Passel.

'Ik ga zeker kijken zondag. Het is zo lang geleden, ik denk dat ik dat nu toch wel aandurf, hahaha. Ik vond dat een erg mooie reeks, omdat ze een beetje opsteeg. Het was een soort parabel, met een kinky surreële saus: een tuinkabouter die spreekt, en dat formidabele personage Pietje de Leugenaar.'
Juist vanwege dat vreemde werd de reeks toen naar Canvas verbannen. (verontwaardigd) 'De grootste stommiteit de ze ooit hebben gedaan bij de VRT! Gelukkig durfden ze De Ronde wel op Eén tonen. Onderschat onze broeders en zusters niet! Altijd weer die vooroordelen. Om van te kotsen, dat hokjesdenken. Dit is geschikt voor die, dat is geschikt voor die. Enfin, het komt nu eindelijk op Eén. Ik hoop dat het niet te laat is.'

Nieuwe mensen zullen de reeks ontdekken. Vind je een breed publiek belangrijk?
'De dag dat ik het contact met mijn publiek verlies, stop ik met spelen. Wat STAN maakt, moet iedereen kunnen volgen. We vullen niet alles in. Als ik zeg "ik ben een koningin", dan hoef ik mij niet in een koningin te verkleden. Spelende kinderen doen dat ook niet, en het spook bij Hamlet was een laken. Een beetje verbeelding alsjeblieft. Maar het moet wel begrijpelijk zijn. Ik wil nooit in een ivoren toren terechtkomen.'

De Standaard, Steven De Foer, 16 april 2011

Nederlands