Antigone op tafel

"Bij Jean Cocteau ontdekte ik wat poëzie in het theater is", liet Jean Anouilh in een zeldzaam communicatieve bui weten. Dat ze elkaar zouden tegenkomen in een voorstelling, had hij vast nooit durven voorspellen. Tg STAN speelt hun versies van Antigone na elkaar tijdens zijn bestorming van Théâtre de la Bastille. STAN speelt Les Antigones .

WAT is het verschil tussen een verheven en een alledaagse variant van een tragedie? Bij tg STAN is dat heel eenvoudig. De eerste speel je op een tafel, de tweede op de begane grond.

Dat is een briljante ingreep om zonder gehannes met speelstijlen een code te installeren die iedereen kan begrijpen. STAN blijft er perfect zichzelf bij. Recht door zee, en met veel zorg voor hun materiaal, brengen ze een daarom niet minder begeesterende vertelling over handelen volgens het hart. Als intelligentie en humor partners in cultuur worden, hangen er grootse dingen in de lucht.

Bij de Fransen ligt dat anders, maar bij ons is Antigone het best bekend in de versie van Sophocles. De rampspoedige dochter van Oedipus moet het meemaken dat haar twee broers elkaar naar de kroon steken om Thebe in te nemen. Ze doden elkaar. Om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen, verordent koning Kreon dat het lijk van Polyneikes niet mag worden begraven. Antigone staat voor een dilemma. Volgt ze de wetten van het aardse gezag of de ongeschreven wetten die zeggen dat men een dode laatste eer bewijst? Ze begraaft haar broer. En tekent zo haar doodsvonnis.

Door te kiezen voor deze twee teksten, stelt tg STAN al de vraag naar de zin van repertoire spelen. Wat moeten we met een tragedie? Wat met al die goden? Met het pathos? Eén ding is wel zeker. Het thema van de opstandigheid houdt ons nog zeer bezig. Dat was laatst nog het uitgangspunt van Mind the gap van Stefan Hertmans. Ook de keuze van het hart gaat ons aan. Bij de start van de Salzburger Festspiele vorig jaar riep Gerard Mortier, zijn boekje van Antigone in de hand, de "ethiek van ongeschreven wetten" in om te protesteren tegen de regeringsdeelname van populistisch rechts.

Eerst doet STAN de versie van Jean Cocteau uit 1922. Het is een compacte en gestroomlijnde tekst, waarin de argumenten glashelder zijn, en de ah's en oh's weggelaten. Bij de aanvang staat Jolente De Keersmaeker op het voortoneel. Ze reikt programmablaadjes aan. Het gaat er relax aan toe. Dan stelt ze de acteurs voor. Natali Broods speelt Antigone, Frank Vercruyssen Kreon. Er zijn meerdere rollen voor Tine Embrechts en Tiago Rodrigues.

Deze ontwapenende inleiding in holderdebolderstijl is een mooie echo op de proloog waarmee later de versie van Anouilh begint. Die heeft het over roodaangelopen kaartende mannen die de wachters spelen en het mooie blondje dat Ismene speelt. Zelfs het lichtontwerp van Thomas Walgrave wijst vooruit naar het tweede deel. Als Antigone in haar ondergrondse gevangenis zit, laat hij 128 spots tussen de kieren van de plankenvloer glimmen. Alsof haar aura ons tegemoet straalt.

Op twintig minuten is Cocteau gespeeld. Zijn versie staat dicht bij die van Sophocles; het lijkt een snelle opfrissing van het geheugen. Daarmee vergeleken, valt meteen op hoe anders Anouilh het in 1944 aanpakte. Hij schrijft in een zeer volkse en soms platte taal (de min noemt Antigone "mauvaise" en "fanfaronne"). Hij vermeit er zich in het relaas aan te dikken. Hij voegt veel overbodigs toe. In zijn proloog verklapt hij het einde al, maar nadien gaat hij in de dialogen toch weer geheimzinnig doen (Antigone tegen haar lief: "áls we nog maar een toekomst hebben").

STAN speelt die nevenverhaaltjes met meer inleving dan ooit tevoren. Het zijn nog geen klassieke personages, maar hier en daar is er zowaar lichamelijk contact of klinken zinnen minder neutraal. En dan komt die passage waarin Anouilh de tragedie een veilig genre noemt, omdat de uitkomst bekend is en het toch alleen maar over koningen gaat. In één klap krijgen we een ander drama: een nukkige adolescente die anti doet tegen haar pa. Hun confrontatie is van een intensiteit die de voorstelling vleugels geeft.

Deze productie die in mei in Toulouse in première ging, is ondertussen zeer goed ingespeeld, ondanks het Frans. Ze biedt stof tot nadenken over het repertoire, brengt bekende materie toch verrassend en is doordacht tot in de kleinste vezel.

De Standaard, Geert Sels, 15 december 2001

Nederlands