Ex-minnaars in lepeltjeshouding

Naar Lucia smelt kijk je alsof je samen met de man (gespeeld door Steven Van Watermeulen) in de woonkamer zit bij de vrouw (Sara De Roo). Hij heeft er gewoond, maar is er nu te gast. Het is een halfjaar na hun scheiding. Hij heeft inmiddels een nieuwe en vooral jeugdige vriendin; zij heeft niemand, al duurt het een tijdje voor ze dat toegeeft.

Zij houdt zich sterk: in haar hoofd heeft ze een beeld van het soort vrouw dat ze die avond wil zijn: een onafhankelijke, koelbloedige dame. Ook hij is niet helemaal op zijn gemak. Waarom hij is weggegaan, weet hij af en toe niet meer zo goed. Hoe meer hij twijfelt, hoe zwaarder hij uithaalt naar hun gemeenschappelijke verleden. Vooral haar negatieve kijk op het leven en de mensheid ligt hem verschrikkelijk zwaar op de maag, zo houdt hij zichzelf voor.

Tien jaar heeft hun relatie geduurd en de spanning is om te snijden. Lucia smelt is een heel directe voorstelling: twee mensen op scène, heldere taal, hevige gevoelens en gemoedswisselingen. Voor de al even directe vormgeving tekenen de B-architecten, die ook de plannen voor de nieuwe Beursschouwburg leverden.

Het publiek zit in een vierkant rond de speelvloer, die tegelijk dienst doet als decor: hij is bedekt met een tapijt waarop de inrichting van een huis is getekend, strak als een plan van een binnenhuisarchitect. Als Steven Van Watermeulen in de fauteuil - op de grond dus - gaat zitten en zijn armen op een denkbeeldige rugleuning legt, is dat verrassend maar niet clownesk. Zonder de sfeer te breken, krijgt het stuk iets luchtigs.

Van Watermeulen en De Roo bewegen zich zo natuurlijk door hun platte decor dat je je daar verder geen vragen bij stelt. Je herkent hun houdingen, zoals ook hun situatie je niet vreemd is. Hun rollen liggen niet vast, ze veranderen om de haverklap van mening, hun stemming slaat geregeld om, ze nemen om beurt de touwtjes in handen. De belichting volgt een soortgelijk grillig patroon.

Van walging komen ze uit bij tederheid, van ergernis stappen ze over op gelukkige herinneringen. Een banale conversatie over de werkster raakt ineens beladen met verwijten. Als de vrouw haar gal spuwt over zijn gebrek aan verantwoordelijkheidszin ("je bent een kind") begint hij over de nieuwe buren.

Dit is een volbloed Oscar van den Boogaard-tekst: hij schrijft over Grote Thema's als een stukgelopen relatie zonder zwaar op de hand te worden. In Van Watermeulen en De Roo heeft die mix de perfecte vertolkers gevonden. Hij acteert met een flegmatisch cool; zij speelt geregeld heel ironisch de klassieke vrouwelijke clichés uit. Ze kan een halfuur over een rokje ratelen, maar evengoed heel scherp uithalen en hem belachelijk maken.

Lucia smelt is één brok paradoxale, erg intense gevoelens. Ik kan geen schakering bedenken die de makers over het hoofd gezien hebben.

Het erg mooie slotbeeld laat verstaan dat een relatie niet eindigt van de ene dag op de andere. Hoewel de ex-minnaars zich elk in hun eigen huis te rusten leggen, doen ze dat allebei in het bed op het tapijt van de B-architecten. In lepeltjeshouding. Als om aan te geven dat deze ex-geliefden dezelfde dingen nog heel dikwijls tegen elkaar zullen zeggen zonder een stap verder van elkaar te geraken.

De Standaard, Eva Berghmans, 3 juli 2001

Nederlands