Gelieve u niet te vermaken

De nieuwe voorstelling van Stan zou Bernhard heten en het tweede deel zijn van de trilogie die in 1999 begon met Alles is rustig . Damiaan De Schrijver, Jolente De Keersmaeker en Sara De Roo zouden aan de slag gaan met fragmenten uit drie stukken van Thomas Bernhard, onder meer Am Ziel . Maar enkele weken voor de première werd ander tekstmateriaal opgediept: nu waren het de Dramoletten (sarcastische eenakters) van Bernhard die gespeeld zouden worden. In een interview vermeldde De Schrijver nog dat ze overwogen hadden om Am Ziel te combineren met de Dramoletten , maar dat mocht niet van Bernhards uitgever. Wat ten slotte in première ging, is een artistieke kruising met de onmogelijke naam ,,Redde wie zich redden kan'' geen slechte titel .

Redde wie is een levenloze voorstelling. De ultrakorte dialogen worden niet geacteerd, maar zonder enige invoeling gedebiteerd. De acteurs zijn bevroren in een pose: ze houden elkaar in evenwicht, met een overlopend glas champagne in de hand en bizarre kleding aan. Na elke eenakter wordt van kleding gewisseld. Dat duurt lang. De toeschouwer aarzelt tussen verveling en ergernis.

Beseffen de makers dat dan niet? Tuurlijk wel. Waarschijnlijk wou Stan net dít effect bereiken. Bernhard is geen publieksvriendelijke auteur. Zijn stukken, vol misantropie en sneren naar het onverwerkte Duitse oorlogsverleden, wisten altijd al mensen te ergeren. Een opvoering van Bernhard moet schuren en storen. Dus bedacht Stan een vorm die het de toeschouwer onmogelijk maakt om van de voorstelling te genieten. Het gebrek aan tempo, aan interactie met het publiek, het declameren: het zal allemaal wel opzettelijk zijn. Het decor is bovendien een enorme rotzooi, waarin je vergeefs op zoek gaat naar betekenis, of zelfs maar een rustpunt. Als Redde wie... wou ergeren, dan is dat gelukt.

Dat gaat echter voorbij aan de vraag: waarom zou je die Dramoletten willen spelen? Wie zit er te wachten op gesprekken tussen gegoede burgers die hun bijdrage aan de oorlog, ja zelfs hun moorden in het concentratiekamp, banaliseren? De personages staan in tijd en achtergrond zo ver van het publiek, dat elke vergelijking met racisme of neonazisme vandaag bij de haren gesleurd is. De abstractie in regie en vormgeving is een poging om de personages universeler te maken, maar dat effect wordt niet bereikt.

,,Redde wie zich redden kan'' geen slechte titel zit op de lijn van Stans voorstelling The Monkey Trial , waarin een conservatief gedachtegoed ook ruim baan kreeg. The Monkey Trial was verontrustende intellectuele kauwgom die nog dagenlang onder je schoen bleef plakken. Redde wie... is een bruusk, nogal onaf ogend experiment, waarmee Stan zijn publiek en fans opzettelijk in het kruis trapt. Waaraan hebben we dat verdiend?

De Standaard, Mark Cloostermans, 2 maart 2005

Nederlands