De pret van lichte chaos

 
Een soort schoolfeest voor gevorderden, een bonte avond op niveau, met flarden theater, dans en muziek, gebracht door de fine fleur van het artistieke landschap. Dat is Oogst , de nieuwe voorstelling van STAN. Elke avond is goed voor een ander programma, met andere gastspelers.

Een heerlijk concept, vind ik. Ooit in het leven geroepen door de mannen van Maatschappij Discordia, die in verre theaterverledens met De Vere , zoals zij het noemden, voor onvergetelijke avonden hebben gezorgd. Heerlijk om de woestheid van zo'n keuze, om de pret van de lichte chaos als niemand precies weet wat te verwachten, om de intensiteit die zoiets in het beste geval teweegbrengt.

Ik zat er dus helemaal klaar voor, woensdag in de Kaaitheaterstudio's. Het decor, in typische STAN-esthetiek, zag er alvast prachtig uit: een wilde verzameling doeken, in alle kleuren en afmetingen, op verschillende hoogten gehangen, langs de linkermuur van de scène, telkens op pakweg een halve meter van mekaar. De doeken worden almaar smaller naarmate ze dichter bij de zaal komen, waardoor een soort driehoekig speelvlak overblijft. Er stond ook veel schoon volk klaar om de première te spelen, en tekstgewijs zag ik allerlei fraais op het programma: Shakespeare, Pinter, Tsjechov, Wilde... Wat kan er dan nog misgaan, moest ik denken.

Ik heb ook echt mooie dingen gezien, het soort momenten waarvoor ik naar theater ga. Damiaan De Schrijver als de meid in een enorme jurk, en zijn gezicht daarbij, of later in een vuilnisbak: kont erin, benen, armen en hoofd eruit, en zijn gezicht dáárbij. Frank Vercruyssen op zwarte sokjes, als een vogeltje trippelend op de scène, of hoe hij wandelend op komt en hallo zegt, alsof hij thuis binnenkomt en de vrouw groet waar hij al drieëntwintig jaar mee samenleeft. Niet spelen dat net daarom het toppunt is van goed spelen. Jolente De Keersmaeker (danser zijn is vast genetisch, dacht ik, de zus van Anne Teresa heeft het ook) krampachtig vastgeklemd aan Koen Augustijnen, op dat weeïge muziekje, alsof liefde sterker was dan al de rest. Sara De Roo met eindeloos variërend, heerlijk smoelwerk in variabele feestgewaden. Dirk Van Dijck, in de lelijkste aller outfits, die brutaal de zaal inkijkt, of die zich zo virtuoos kwaad maakt dat je zou willen dat hij het bij je thuis kwam doen. Wine Dierickx en Maartje Remmers als echte vrouwtjes kwebbelend in de zetel, over mannen, en hoe die zijn, wat een naturel. Ook mooi: de blik van Kuno Bakker als hij in ondergoed op een stoeltje zit, met één gelakte teennagel de grond aftastend. En nog: de bevende hand van Jef Lambrecht, zenuwachtig als niet-speler, die het politiek kwartiertje kwam verzorgen. Paul De Clerck met zijn altviool achter vier opgetutte dames.

Wie zo naar theater kan kijken, zoekend naar de mooie momenten, en minzaam tolererend dat het ook al eens een kwartier wat minder is, die heeft bij Oogst een topavond. Maar eerlijk is eerlijk: het grote, aanhoudende vuurwerk, de ambiance die niet te temperen valt, de magie die elke minuut tot op de achterste rij knettert, die heb ik op de première alvast niet gezien.

Dat heeft te maken met de lengte van de stukken denk ik. Er zat weinig afwisseling in de duurtijd van de scènes, en gemiddeld duurde elk stuk ook behoorlijk lang, opgeteld goed voor een avond van dik twee uur en half. De overgangen vol bewust gesukkel zijn wel lollig, maar dat kan de zaak ook doen slepen. En ik vroeg me bijvoorbeeld af of het slim is om te starten met een Pinter. Niet meteen de vrolijkste opener. One for the road is een eenakter, waarin een bevreemdend, boosaardig universum zich ontvouwt. Een echtpaar wordt al zijn menselijkheid ontnomen door een onbestemd akelige man. Om die sfeer voelbaar te maken, op zo weinig tijd, als toeschouwers eigenlijk een feestje verwachten, ga er maar aanstaan. Dat blijkt zelfs voor topspelers als deze echt niet simpel.

Maar de avond die ik heb gezien wordt nooit meer precies zo herhaald, dus uiteindelijk: wat geeft het. Alleen al voor Damiaan De Schrijver, Dirk Van Dijck en Jolente De Keersmaeker die Het huwelijksaanzoek van Anton Tsjechov spelen, wil je in die zaal hebben gezeten. Ongelooflijk geestig, bijzonder knap geacteerd, eindigend met een knal. Da's een stukje theater zoals theater altijd zou moeten zijn. Wie dat kan bieden, verdient ook welwillendheid, en wat mij betreft: elke avond een volle zaal.

De Morgen, Griet Op De Beeck, 9 april 2011

Nederlands