'Wij zijn een en al vuur'

interview met Sara De Roo en Steven Van Watermeulen

Tien jaar na Lucia smelt schrijft Oscar van den Boogaard opnieuw een toneeltekst voor zijn Steven Van Watermeulen en voor Sara De Roo. Een stuk over liefde tussen veertigers, en over spelen, natuurlijk, want Decemberhonger komt geweldig dicht bij wie zij naast de scène zijn.

Deze productie, die vanavond in première gaat, borduurt verder op Lucia smelt . Het koppel van toen is weer samen en heeft afgesproken jaloezie af te zweren en elkaar vrijheid te gunnen. Maar dan brengt zij een meisje mee, een studente van de toneelschool, gespeeld door Maya Sannen.

Het eerste wat ik me afvraag: wat is er in die tien jaar veranderd?
Steven Van Watermeulen: " Lucia smelt was het verhaal van Oscar die mij leerde kennen in de trein, verliefd werd en nog van zijn vorige relatie los moest komen. Intussen leven wij tien jaar samen en worden we geconfronteerd met pijnpunten en uitdagingen die onontkoombaar zijn in lange relaties."
Sara De Roo: "Dus Steven speelt zichzelf en ik speel Oscar. (lacht)"
Van Watermeulen: "Natuurlijk zit er ook veel van jou in."
De Roo: " Decemberhonger is een portret van de fase waar we alledrie in zitten."
Van Watermeulen: "Veertigers hebben relaties waar de rek wat uit is. Daar moet je mee omgaan. En ik heb beseft dat ik helemaal zelf kan kiezen hoe ik dat wil doen, los van wat de goegemeente dicteert. Vroeger dacht ik teveel voor de ander: oei, dit zal ik maar niet doen, want dat zal hij niet prettig vinden. Op een bepaald moment heb ik gewoon gezegd hoe ík het eigenlijk graag wilde. Dat kwam hard aan. Maar die eerlijkheid maakt wel hele goeie gesprekken mogelijk, en van daaruit kun je verder bouwen. Uiteindelijk hebben wij beslist de vrijheid in te gaan. Ik hoef me niet meer in het duister te begeven, het licht mag altijd aan."

Een derde binnenbrengen in een relatie, is dat iets wat helpt?
De Roo: "Op een bepaalde manier wel. Want dan moet je je pas echt tot elkaar verhouden. Met zijn twee op de bank zitten zeggen hoe leuk je mekaar vindt, is makkelijk. Je ziet steeds meer mensen terugplooien in een radicaal conservatief macho-idee: 'als mijn lief mij bedriegt, stop ik ermee'. Dan denk ik: is dat nu zo erg? Gaat liefde dan alleen maar om eergevoel? De ander, de derde, is niet bedreigend. Ik heb met mijn lief ook zoiets meegemaakt, dat hoort bij het leven. Wij wilden niet dat het een taboe zou zijn. Makkelijk was dat allemaal niet, maar uiteindelijk heeft het onze relatie zelfs verdiept. Daar ben ik heel blij om."
Van Watermeulen: "Met de keuze voor vrijheid dringen allerlei vragen zich op. Komt er na een derde ook een vierde, en een vijfde? En kan dat dan? En gaat mijn gevoel voor een derde niet ten koste van de liefde voor mijn partner? Wellicht niet, de liefde voor je tweede kind is ook niet minder dan voor je eerste. Maar hoe bewaar je als koppel je intimiteit nog, in zo'n geval?"

Veel mensen kunnen dat soort onzekerheid niet aan, denk ik. Relaties draaien vaak om veiligheid en comfort.
De Roo: "Iedereen moet zijn keuzes maken. Maar ik wil de dingen aangaan. Waarom zou je om elke bedreiging heen lopen? Het is een kwestie van vertrouwen hebben en elkaar loslaten. Als dat in alle openheid gebeurt, en met respect, voedt dat de liefde alleen maar. Daar ben ik achter gekomen."
Van Watermeulen: "Als de liefde na jaren wat minder fantastisch is, wil ik niet zeggen: nu ben ik weg. Ik wil die brug over... In de tekst zeg ik: 'ons huwelijk is niks anders dan een mislukte scheiding'. Waarop Sara zegt: 'dat is een mooie definitie van ware liefde'."

Wel heftig om dat op een toneel te vertellen als het zo dicht bij jezelf staat.
De Roo: "Ja, we spreken elkaar ook met onze echte voornamen aan. Dat beklemt wel een beetje. Je hoopt toch dat toeschouwers beseffen dat niet alles wat we zeggen waar is, het blijft wel degelijk fictie. Het gaat trouwens niet alleen over de liefde, maar ook over onze relatie als toneelspelers."

Jullie hebben een andere achtergrond. Sara zit al zo'n twintig jaar bij STAN, dat als collectief werkt voor kleinere theaters, terwijl Steven vooral ervaring heeft met grote zaalproducties.

De Roo: "Met STAN repeteren we nooit op de vloer. Wij blijven aan de tafel zitten om te praten, en op de première gaan we voor het eerst de scène op. Steven heeft veel ervaring met echt repeteren. En hij houdt van ingeleefd spelen. Vreselijk. Toen we met Lucia smelt toerden, heeft Steven mij eens onderbroken en voor een volle zaal gezegd: 'Sara, doe het nog eens opnieuw, en alsof je 't meent, deze keer'. Het gevolg van die grote verschillen is dat wij heftig discussiëren. Maar dat is ook voedend, rijk, veel."
Van Watermeulen: "Ik wil nieuwe methodes blijven verkennen. Ik ben gestart bij Ivo Van Hove, een georganiseerde regisseur die dramaturgisch goed voorbereid de repetitieruimte binnenkomt. Hij weet je op een handige manier doorheen de repetities te loodsen. Je denkt op het einde dat je alles zelf gevonden hebt, maar eigenlijk sta je te spelen wat Ivo heeft bedacht. Daarna kwam Johan Simons. Hij heeft voor zichzelf de grote vraag beantwoord over wat hij met dat stuk wil, maar bij de eerste repetitie zit hij over zijn buik te krabben en zegt hij: 'jongens, ik weet het ook niet'. Hij is de man die duizend-en-een vragen heeft. Bij hem mocht ik het zelf doen. Dat heeft mij wakkergeschud. Maar zelfs die aanpak verschilt van wat ik met Sara en Maya doe. Nu zit er niemand aan de zijlijn die zegt: 'deze invulling vind ik toch beter'. Wij moeten dat zelf uitzoeken. Niet simpel, maar wél geestig."
De Roo: "Gisteren hebben we nog een aanvaring gehad, over de manier van werken. Maar Steven en ik kunnen dat, ruzie maken. Wij zijn samen afgestudeerd. Mijn eerste stappen op de scène heb ik met hem gezet. Het is fijn dat we elkaar blijven opzoeken. Zo verdiepen en verrijken we onze relatie.
"Met Lucia smelt waren we tijdens de première geen van beiden gelukkig. We waren elkaar tegemoetgekomen, maar onderweg hadden we onszelf teveel verloochend. Het werd fijn toen we aan het spelen waren. Toen we begonnen te beseffen dat we konden profiteren van elkaars verschillen. Dat zijn we nu beter aan het regelen, denk ik."
Van Watermeulen: "Voor mij was Lucia smelt een mijlpaal in mijn parcours. Bij de meeste voorstellingen ben ik heel ontspannen: een uurtje voor ik op moet, kan ik nog even naar de supermarkt, die inleving komt wel als ik er eenmaal sta. Maar als ik 's avonds met Sara speel, heb ik om drie uur 's namiddags al buikpijn van de zenuwen. Het is wel fijn om het helemaal zelf voor het zeggen te hebben, maar het is ook zwaar."
De Roo: "Het brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee, maar die wil ik nemen. Dat soort vrijheid heb ik nodig."
Van Watermeulen: "Ik heb geen totale verantwoordelijkheid nodig om mij vrij te voelen. Ik stond eens in een stuk van Marthaler, en toen heb ik vijftig keer een tot op de minuut identieke voorstelling gespeeld. Dan denk ik: oké, theater als zenoefening, ook prettig. Ik vind zelfs in dat soort beperking mijn vrijheid."
De Roo: "Theater als zenoefening, ik kan het me moeilijk voorstellen. Maar hoe je het ook aanpakt, de essentie blijft elke première weer: in de broek kakken van de schrik."

Ik vraag me soms af waarom jullie acteurs het blijven doen. Spelen is een kwetsbaar beroep. Elke keer weer van nul beginnen, beoordeeld worden.
Van Watermeulen: "Ja, dat blijft lastig. Als iemand het niet goed vindt, neem ik dat op."
De Roo: "Da's waar. Maar spelen is voor mij iets existentieels. Ik probeer in het moment te leven. En dat kan ik nergens zo extreem als op een podium. Voor een zaal met mensen staan met wie je bent en wat je hebt... Gaat dat goed, dan is dat de totale vervulling."
Van Watermeulen: "Toneel spelen is leren leven. Je kunt op je de scène helemaal laten gaan, maar je moet ook terugkoppelen: naar jezelf kijken en nadenken over wat je doet. Die spanning tussen intuïtie en controle speelt ook in het echte leven.
"Ik weet niet of het waar is, maar ik heb ooit ergens gelezen dat iedere emotie biologisch maar negentig seconden lang in ons lichaam zit. Alles wat je daarna nog voelt, daar kies je zelf voor. Dat vind ik wel interessant om over na te denken."
De Roo: "Als je geliefde sterft, dan voel je negentig seconden rouw?"
Van Watermeulen: "Volgens die theorie wel, ja. Ik glij ook voortdurend uit. Ik kan bijvoorbeeld vastzitten in razernij, maar als ik er dan in slaag even tegen mezelf te zeggen: 'blijven ademen, afstand nemen en aanvaarden dat je boos bent', dan wordt dat gevoel vanzelf al iets anders."
De Roo: "Het voordeel van ouder worden is dat je je eigen mechanismen beter kent. Als ik vroeger een meningsverschil had, dan liep ik weg. Maar op een bepaald moment moet je toch terugkomen. Dus nu weet ik: het is zinvoller te blijven zitten en te formuleren wat er in mij omgaat."
Van Watermeulen: "In die zin helpt theater. In ons vak ben je voortdurend met zelfreflectie bezig. En hoe beter je jezelf kent, hoe meer je jezelf kunt bijsturen."

Zijn jullie heel emotionele mensen?
Van Watermeulen: "Een en al vuur."
De Roo: "Ik zoek dat op: pieken en dalen. Pieken zijn heerlijk, en van elk dal word je een rijker mens. Ik ben blij met mijn temperament. Dat maakt het leven misschien lastiger, maar je maakt ook veel mee."
Van Watermeulen: "Ik weet beter dan vroeger hoe met mijn emotionaliteit om te gaan. Ik mag niet in mijn schulp kruipen, maar ik moet formuleren wat ik denk. Als ik dat niet doe, komt het er op een bepaald moment op een vreselijke manier uitgegutst."

Jullie hebben het toneel nodig. Het valt mij op dat het zo moeilijk is waardig oud te worden in theater. Probeer maar eens tien acteurs op te noemen van achter in de vijftig of ouder die nog actief zijn. Zitten jullie daarmee?
De Roo: "Voor vrouwen is het nog erger dan voor mannen, want wij mogen niet ouder worden. Een man met een getekend gezicht is sexy, een vrouw met rimpels is een sloor die dringend haar haren zou moeten verven. Terwijl ouder worden zo fijn is."
Van Watermeulen: "Ik neem een voorbeeld aan Frieda Pittoors. Zij blijft tot op vandaag allerlei werkmethodes uitproberen. Zij staat open en ze is nooit cynisch geworden. Dat lijkt me dé manier om te overleven."
De Roo: "Ik vind het heerlijk werken met oudere acteurs. Zij dragen een stuk theatergeschiedenis mee, en dat is verrijkend. Voor mezelf vraag ik me wel af hoe je fijn ouder moet worden in een omgeving waar ieder geacht wordt eindeloos puber te blijven."

En het vooruitzicht van besparingen, beangstigt dat jullie?
De Roo: "Het is belangrijk dat theater gesubsidieerd wordt, natuurlijk. Maar ik heb niks tegen besparingen. Het kan altijd met minder als dat moet. De middenklasse in het Westen vergeet soms dat zoveel mensen minder hebben dan wij."
Van Watermeulen: "Het stoort mij dat kunst de eerste post is waar een overheid op dreigt te besparen. Jan met de pet treedt zo'n keuze meteen bij: 'want is zoveel geld wel nodig voor al dat elitaire gedoe?'. Maar cultuur is wezenlijk voor een maatschappij."
De Roo: "De zuurstof van elke beschaving."
Van Watermeulen: "Ze moeten Jan met de pet eens uitleggen wat er nog zoal gesubsidieerd wordt, want daar staat hij niet bij stil."
Van Watermeulen: "En vergeet niet hoe groot de internationale uitstraling van de Belgische podiumkunsten is. Tot over de oceaan is wat wij doen een voorbeeld voor artiesten. Kunst is zo belangrijk. Zonder gaan we dood. Zeg dat wij het gezegd hebben."

De Morgen, Griet Op de Beeck, 5 februari 2011

Nederlands