Spelen als STAN in Frankrijk

Vlamingen ontroeren publiek met nationale theaterklassieker.

Wie doet het STAN na: het Franse theaterpubliek een van de klassiekers uit 'hun' nationale repertoire anders leren appreciëren, en daarbij en passant een vergeten versie van hetzelfde stuk - Antigone - introduceren? Les Antigones , een STAN-productie gemaakt in Toulouse, combineert het Antigone-verhaal in de bijna onbekende versie van Jean Cocteau met de platgespeelde versie van Jean Anouilh. Goed voor ruim twee uur eenvoudig maar verrukkelijk theater.

STAN resideert sinds medio april in Toulouse, meer bepaald in het Théâtre Garonne, een voormalige opslagplaats naast de rivier met dezelfde naam. Het gebouw, opgetrokken in rode baksteen tussen 1863 en '67, bevat een bühne van twintig bij tien meter, een oppervlakte die nog tot eind deze maand bedekt is met een plankier. Het is een deel van het sobere decor, bedacht door Thomas Walgrave, sinds jaar en dag de vormgever bij STAN. Hij bakende de ruimte af met horizontale en verticale planken, waarachter een aantal versleten zetels en andere rekwisieten, zoals koffers zichtbaar zijn. De verticale planken functioneren als coulissen voor de vijf spelers van Les Antigones: Natali Broods, Frank Vercruyssen, Jolente De Keersmaeker, Tiago Rodrigues en Tine Embrechts. Maar het opvallendste in die vormgeving is zonder twijfel de uitgekiende lichtregie, waarbij de Antigone van Cocteau een klassieke 'driepuntsbelichting' kreeg, met een uitvergroot, dramatisch schaduwspel op de muren als gevolg, en de tragedie van Anouilh belicht wordt door een reeks alternatieve schijnwerpers, zoals gigantische spots die doorgaans als straatlicht dienen.

Het neusje van de zalm zit evenwel onder het plankier: per vierkante meter is een extra lichtbron geïnstalleerd, die samen de vloer in lichterlaaie lijken te zetten. De Fransen noemen die buisvormige lampjes crayons, vertelt Walgrave, en dat leverde tijdens de repetities een vermakelijk moment op. Lise Risom Olsen, Walgraves Noorse assistente ad interim, die het gezelschap leerde kennen na een voorstelling in Bergen, hoorde haar Vlaamse collega met de technicus van Théâtre Garonne praten over crayons en dacht dat ze het over Creon hadden, de hardvochtige koning uit de Antigone-tragedie. Het is de voorbije weken niet bij die ene spraakverwarring gebleven, zo luidt het. Dat is ook niet zo verwonderlijk voor een Vlaams gezelschap dat een Franstalige productie maakt met in de rangen een Portugees acteur - Tiago Rodrigues was vorig jaar bij STAN al te zien in Point Blank en in La Carta tijdens de tournee in Noorwegen. Meestal verloopt de onderlinge communicatie bij STAN in het Nederlands of Engels, en dus vergt een Franstalige productie van iedereen een extra inspanning. Voor Natali Broods en Tine Embrechts, respectievelijk Antigone en Ismène, le Messager en Tirésias in de voorstelling, was het verblijf in Toulouse totnogtoe een periode van repeteren en... blokken. Broods: "Soms gebeurt het nog tijdens een voorstelling dat ik even struikel over mijn tekst, en dan zou je het bijna liever in het Nederlands willen zeggen, maar goed, meestal gaat het wel." Embrechts: "Dat is ook het goeie aan een productie op locatie maken: we zitten hier al sinds 15 april en konden dus doorwerken. Gelukkig is het weer de voorbije maand niet té zonnig geweest."

Dat er flink doorgewerkt is, blijkt inderdaad uit het resultaat: op enkele - veeleer charmante - aarzelingen in de dialogen na, staat Les Antigones bijzonder stevig. Tweeënhalf uur lang houdt STAN zijn publiek in de ban met een verhaal dat, hoewel bekend, nog steeds diep snijdt. De rebellie van Antigone die, tegen de wet van haar oom Creon in, haar overleden broer Polynices wil begraven; de stijfkoppigheid van de Griekse vorst die, hoewel niet ongevoelig voor de argumenten van zijn nicht, zweert bij een rationele aanpak en een voorbeeld voor het volk wil stellen; de moederlijke raad aan Antigone van haar voedster en haar zus Ismène; de onverschilligheid en het opportunisme van de Griekse soldaten die de wacht houden bij het lijk van Polynices; de wanhoop van Antigone's verloofde Hemon, zoon van Creon, die hem uiteindelijk de dood zal indrijven, Antigone achterna... Het is de tragedie van Sophocles in een notedop, door Cocteau bewerkt in de jaren dertig van de vorige eeuw en in 1944 voor het eerst opgevoerd in de versie van Jean Anouilh - een bewerking die zich al snel zou nestelen bij de meest gespeelde stukken in het Franse repertoire.

Frank Vercruyssen: "Eerst wilden we alleen de versie van Cocteau spelen. Toen bleek dat de voorstelling maar twintig minuten zou duren. Pas daarna zijn we op de versie van Anouilh gestoten. Ik kende die bewerking zelf nog niet, maar al bij het lezen van de inleiding hadden we zoiets van: waw, dit is echt goed."

"De Antigone van Anouilh is in Frankrijk zeg maar lyceumvoer. Iedereen kent het stuk en Anouilh is als auteur al 'gerecupereerd' geweest door links én rechts. Tegenwoordig zijn het vooral de privé-theaters in Frankrijk die deze Antigone spelen, de gesubsidieerde gezelschappen zijn het een beetje beu, zo lijkt het. Bij ons groeide in ieder geval het besef dat we maar beter stevig in onze schoenen konden staan om uitgerekend die productie hier te maken."

Ze kunnen in Théâtre Garonne op beide oren slapen: de interpretatie van STAN is absoluut om over naar huis te schrijven, het gevolg van een staaltje uitstekend ensemble-acteren, inclusief glansrollen voor Broods en voor Vercruyssen als Creon. Het leverde de groep behalve positieve recensies ("een groot genot" schreef La Dépêche) al avond na avond langdurige ovaties op. Een schitterende prestatie kortom, het Franse chauvinisme indachtig.

De Morgen, Steven Heene, 26 mei 2001

Nederlands