Wij zijn veel te sociale beesten om zwartgallig te zijn

interview met Jolente De Keersmaeker en Sara De Roo

Van relatief anonieme theateractrices werden ze plots bekende tv-koppen. Jolente De Keersmaeker en Sara De Roo, respectievelijk Sofie en An in De parelvissers , zweren evenwel koppig trouw aan hun grote passie: tezamen met Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen theater maken als het collectief STAN. 'We beseffen dat er interessantere media zijn dan theater om aan de wereld iets mee te delen maar ik blijf erbij dat je publiek recht in de ogen kunnen kijken belangrijk is. Dat kun je niet met duizend mensen doen.'

Bouwput Antwerpen. Tussen het zand poseren de twee Parelvissertjes Jolente De Keersmaeker en Sara De Roo voor de camera. 'Ge moet lachen, Sara', giechelt een zwangere De Keersmaeker. 'Damiaan vindt dat we meer moeten lachen op foto's.' 'Maar we moeten daarom nog niet naar hem luisteren', repliceert De Roo. Om maar te zeggen dat de twee actrices die samen met Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen het theatercollectief STAN vormen STAN spreken, eten, drinken en ademen. Ze refereren voortdurend aan elkaar en tegelijk zijn het stuk voor stuk koppige individuen die zich niet zomaar iets laten voorschrijven, ook niet door hun collega's. Elkaar kunnen loslaten en toch steeds weer bij elkaar komen: dat is het elastiek dat het Antwerpse theatercollectief nu al zeventien jaar bijeenhoudt. Voor het eerst sinds 1997 staat STAN weer met zijn vieren op de planken in of/niet .

De Keersmaeker en De Roo hebben zowat de helft van hun leven met elkaar gedeeld. "Het is niet dat we alles van elkaar weten", zegt De Keersmaeker. "Maar het scheelt niet veel", lacht De Roo. "We zijn samen opgegroeid van zoekende meisjes tot jonge vrouwen die het leven wilden ontdekken en zich een plaats wilden veroveren in het toneelland."

De twee actrices, die de afgelopen maanden plots bekende tv-gezichten werden als An en Sofie in De parelvissers , leerden elkaar ook kennen in het water: op een surfcursus in Zuid-Frankrijk. Ze waren de 'vreemde eenden in de bijt' die elkaar vonden. "Sara, die toen nog in het middelbaar zat, volgde dictie en deed mee aan voordrachtwedstrijden. Ik zou na die zomer toelatingsexamen doen aan het Antwerpse Conservatorium bij Dora Van der Groen", zegt De Keersmaeker. Ze werd een klasgenote van Damiaan De Schrijver, Frank Vercruyssen en Waas Gramser, met wie ze later het collectief STAN zou vormen. Het was Vercruyssen die na een hele middag en avond palaveren met de groepsnaam op de proppen kwam: Stop Thinking About Names of kortweg STAN.

Terwijl STAN in 1989 de werking van een links-communistische coöperatieve omzette naar de theaterpraktijk werd De Roo met haar remmingen geconfronteerd aan het Antwerpse Conservatorium. Ze begon het eerste jaar toen de STANners in spe in het vierde en laatste jaar zaten. "Ik heb enorm veel aan hen gehad. Het hielp om alle twijfels die ik had een plaats te kunnen geven door te praten met mensen die dat allemaal al hadden doorgesparteld. Dora Van der Groen wil graag dat je je schaamte overwint. Ze pulkt graag aan je intiemste persoonlijke gevoelens. Als je dat niet erg vindt, helpt je dat bij het acteren. Maar op mij werkte het verlammend. Ik vind het overwinnen van schaamte geen noodzaak om toneelspeler te worden en je kunt het zeker niet afdwingen op een school. Bij mij in elk geval niet."

"Dora was voor mij in de eerste plaats een taalkunstenares", zegt De Keersmaeker. "Ze spit woorden om, doorzoekt ze en bekijkt ze aan alle mogelijke kanten. Dat vind ik fantastisch want nu merk ik vaak - hoor mij nu spreken - dat jonge acteurs en actrices nog weinig aandacht voor woorden hebben. Maar wat Dora vroeg, was niet gemakkelijk. Je had ook nooit het gevoel dat je het goed deed, waardoor je soms in de knoop raakte. Terwijl Luk Perceval, die daar toen ook lesgaf, meer de mentaliteit had van doe maar, geef maar en het liefst met volle teugen."

"Luk hield vaak van die lange improvisatiesessies, waarbij we gingen 'wandelen' met ons personage", herinnert De Roo zich. "Dan picknickten we in het park als ons personage. Ik vond dat héér-lijk. Nu zou niemand het nog in zijn bol halen om zoiets te doen maar dat was het eerste moment waarop ik voelde: wauw, dit doe ik graag en hier geniet ik van."

"Het was ook een enorm interessante periode om theaterstudent te zijn", vindt De Keersmaeker. "Vlaanderen was in de jaren tachtig toonaangevend, met artiesten als Jan Decorte en Jan Fabre. We kregen les van 'echte regisseurs', zoals Ivo van Hove, en daartegenover stonden 'theatermakers' zoals Josse De Pauw en Matthias de Koning. Wie je wordt, heeft ook met ontmoetingen te maken, de juiste match. Het is die mix van positieve en negatieve ervaringen waardoor je de soep leert te koken die jou het beste smaakt. Toen we les kregen van Ivo van Hove voelden we meteen aan dat zijn regisseurstheater schuurde met onze opvattingen over theater. Maar ook die ervaring was cruciaal: pas door te weten wat je niet wilt, besef je hoe je het wel wilt."

Voor hun afstudeerproject Achter de canapé/Yvonne Op werkten De Keersmaeker, De Schrijver, Gramser en Vercruyssen samen met Matthias de Koning van het Nederlandse collectief Discordia. "Hij heeft ons de laatste grote push gegeven om het als collectief te proberen, maar we hebben ons niet halsoverkop in dat avontuur gestort. We zijn eerst alle vier een jaartje iets anders gaan doen", zegt De Keersmaeker. "We hebben eigenlijk het omgekeerde gedaan van veel pas afgestudeerden nu, die meteen collectiefjes oprichten, die niet altijd een lang leven beschoren zijn. Damiaan, Frank, Waas en ik beslisten om na een jaar opnieuw bijeen te komen om te zien of ons idee om een collectief op te richten wel gegrond was. We hebben STAN heel minutieus opgebouwd. Dat duurt lang en we zijn nog altijd aan het bijbouwen."

Waas Gramser verliet in 1994 het collectief, Sara De Roo werd twee jaar daarvoor door STAN binnengehaald, maar ook niet zonder dat ze eerst de andere kant had leren kennen. "Voor ik bij STAN ging, heb ik bij Het Zuidelijk Toneel gespeeld. Dat was nu niet echt een bolwerk van afgunst, maar de menselijke relaties waren toch heel anders. Een regisseur beslist om dat stuk te spelen, hij of zijn casting director zoekt acteurs bij elkaar, zonder dat iemand zich afvraagt of die acteurs het überhaupt wel zien zitten om met elkaar te spelen. De regisseur heeft zijn interpretatie van het stuk en ziet er ook op toe dat de acteurs die volgen. Ik vond en vind die manier van theater maken lang niet vanzelfsprekend." De Keersmaeker knikt: "Bij STAN is er totaal geen concurrentie op de scène. De grootste nachtmerrie van een toneelspeler is dat je elkaar niet vertrouwt. Wanneer ik zelf naar theater ga kijken merk ik meteen of die mensen op de scène zich bij elkaar op hun gemak voelen of niet. Als ze dat niet doen, en dan mogen ze nog zo goed acteren, dan hoeft het voor mij niet."

"Bij STAN nemen we het woord 'passie' letterlijk en dat betekent dat we er ten volle voor gaan. Daar gaan geluk en toeval maar ook veel werk mee gepaard", vindt De Keersmaeker. "Het is niet zo dat we bij STAN vanaf het eerste moment zielsverwanten waren. Maar we voelden wel dat we voortdurend iets anders wilden dan wat er al was en dat eigenlijk op alle vlakken. We merkten hoe we elkaar vonden in die worsteling." "En elkaar bleven stimuleren in dat gevecht", voegt De Roo toe. "Er zijn ook jaren geweest dat Jolente en ik elkaar gerust gelaten hebben en we allebei meer ons eigen ding wilden doen. Maar uiteindelijk kom je toch weer bij elkaar uit. Ik denk dat dat STANs sterkste punt is: elkaar kunnen loslaten en vooral het moment weten te detecteren wanneer het tijd is om dat te doen." Zo heeft De Roo drie voorstellingen met de Nederlandse theatergroep Dood Paard gemaakt. De Keersmaeker maakte samen met haar zus, de gerenommeerde choreografe Anne Teresa, de voorstellingen Just Before en I said I en Kassandra .

"We hebben sinds 1997 geen voorstelling meer gemaakt met ons vieren alleen. Er is sindsdien heel wat gebeurd, we hebben zoveel meegemaakt en heel langzaam is de zin om weer iets met elkaar te maken teruggekomen. We hebben dat eerst gedaan in Poquelin met drie freelancers erbij, misschien een beetje als katalysator. Onze nieuwe voorstelling of/niet is STAN pur sang, alleen met ons vieren."

STAN is niet samenwerken, maar samenleven in een open relatie, waarin de partners af en toe apart op reis gaan in plaats van met slaande deuren het huis te verlaten. "Het grappige is dat we tijdens de eerste vijf jaar STAN constant zeiden: 'Als het niet meer gaat dan stoppen we ermee.' Dat was voor ons een soort beveiliging", lacht De Keersmaeker. De Roo knikt: "Vooral Jolente slaagt er bijzonder goed in om die 'elastiek' die STAN bijeenhoudt nauwlettend in het oog te houden. Ik ben meer iemand die zegt: foert, het staat me niet aan, ik ben ermee weg. Dat moet natuurlijk kunnen maar je mag niet vergeten waaraan je schatplichtig bent. STAN is 'rijker' geworden door het ouder worden. Dat had ik nooit gedacht van het leven. Dat je samen zoveel dingen blijft delen, met vallen en opstaan. Het is een geschiedenis die diepgang krijgt, een fond. Zoals de wijn in vaten rijpt."

"Dat we alle vier bereid zijn om tot op het bot te gaan en na elke hoogoplopende discussie weer verder gaan, is typisch STAN", vindt De Keersmaeker. "Niemand van ons heeft ooit de gemakkelijkste weg gekozen, ook al kregen we daartoe de kans. We hebben nooit artistieke toegiften gedaan vanuit de paniekreactie: shit, misschien hebben we straks geen werk meer. Als we vast dreigden te komen zitten, dachten we altijd: ja maar, wacht eens efkes, als we nu die deur eens open zouden breken? Wie weet vinden we nog een kamer die we nog niet ontdekt hebben."

STAN mag dan wel een collectief zijn, volgens dramaturge Marianne Van Kerkhoven is STAN een hart met vier kamers. De Keersmaeker is de dramaturge, De Roo houdt zich bezig met vrouwenzaken, Vercruyssen gaat politiek en 'huiskomiek' De Schrijver verkent vooral het metatheater.

"Haar opmerking zal wel ergens kloppen", zegt De Roo maar ze vindt ze weinig ter zake doen. "Ik vind ons allemaal even politiek, metatheatraal, met vrouwen begaan en dramaturgisch bezig. We hebben initieel dezelfde drijfveer, namelijk spelen, alleen zijn de ingrediënten anders. Natuurlijk heeft iedereen zijn dada's, maar het is juist de taak van een collectief om te vermijden dat je vast gaat roesten. Wanneer iemand zo'n etiket op ons vieren plakt, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, werkt dat voor ons vooral averechts."

"Praktisch gezien heeft iedereen wel een rol binnen het repetitieproces", meent de Keersmaeker. "Ik vind het leuk dat Damiaan en Frank zich met de muziek bezighouden. Of dat Damiaan de antiekzaken in de Kloosterstraat afschuimt, op zoek naar die weelderige sofa die we nodig hadden voor onze Molièrevoorstelling Poquelin ."

Het samenwerken in collectief is dus gewoon een kwestie van wie bij wijze van spreken het liefst afwast en het liefst afdroogt? De Keersmaeker lacht. "Dat zou ik nu niet meteen als voorbeeld gebruiken. Bij een theatercollectief denkt iedereen meteen aan vrijheid en uw eigen ding kunnen doen, maar een collectief is ook de geruststellende zekerheid dat er mensen zijn die jou opvangen, als je echt dreigt te vallen. Als we volgende week première hebben, zal ik razend zenuwachtig zijn, maar tegelijk ook rustig, want de andere drie zijn er."

STAN huurt een loft in een oud pakhuis aan de Antwerpse kaaien. Daar repeteren de acteurs hun tekstmateriaal gewoon samen, gezeten rond de tafel. Pas in de laatste week, soms zelfs de laatste dagen, duiken ze de zaal in. Pottenkijkers worden niet geduld in die interne keuken.

"Repetities zijn zo'n gevoelig proces tussen degenen die de voorstelling gaan spelen dat het bijna onmogelijk is om daar een toeschouwer bij te hebben. Iedereen gaat zich anders gedragen. Zelfs als er iemand van het bureau of de techniek bij komt, voel je het verschil en dat zijn niet eens buitenstaanders", zegt De Roo. "Wat een buitenstaander ervan vindt, doet op dat moment ook niet ter zake, het gaat tussen ons vieren", vindt De Keersmaeker. "Het moment dat je die tekst van buiten kent, de eerste keer dat je elkaar in de ogen kijkt en die tekst zegt, is zo intiem."

Luk Van den Dries, docent Theaterwetenschappen aan de Antwerpse Universiteit, zegt over de werkwijze van STAN: "Het argument is essentieel. En argumenteren kun je beter met woorden die het verteringsproces al achter de rug hebben. Woorden die uit de buik komen. Of nog beter: uit de aars." De Roo lacht: "Laten we hopen dat dit de laatste metafoor is. Maar het klopt wel wat hij zegt over dat verteringsproces. Want dat is waar een tekstrepetitie voor dient: om de dingen zo te kauwen dat je alle smaken aftast. Je zoekt naar alle uithoeken van zo'n tekst en het liefst nog naar de meest onverwachte en meest contradictorische interpretaties. Als er 'ja' staat kun je ook 'nee' zeggen en dat kun je bij uitbreiding op een hele tekst toepassen." "Bij iemand als Frank is dat vooral een proces in zijn hoofd. Hij zal nooit dingen letterlijk uitproberen tot bij de première", zegt De Keersmaeker. "Terwijl Damiaan, Sara en ik vlugger met de tekst beginnen te flirten." De Roo: "Frank is iemand die de extreme dingen zoals iemand kussen niet 'repeteert'. En ik snap dat ook: je wilt die sensatie zo lang mogelijk uitstellen, zodat de eerste keer ook effectief de eerste keer is. Dat betekent ook dat het werk niet stopt na de première. We zijn met een levende kunst bezig. Het is de taak van de toneelspeler om zijn spel levendig te houden, op zoek te gaan naar die sensatie, iedere avond weer."

STAN heeft inmiddels een stevige reputatie opgebouwd in binnen- en buitenland. In Frankrijk trok het collectief volle zalen en resideerde twee maanden lang in het Théâtre de la Bastille in Parijs. Toch blijft theater een klein wereldje van voornamelijk gelijkgestemden. Hebben ze het daar nooit moeilijk mee? "Ik denk dat als we vijftien jaar alleen maar in Vlaanderen en Nederland hadden gespeeld, we zeker 'ja' zouden geantwoord hebben op die vraag", geeft De Roo toe. "We zijn naar het buitenland getrokken om te vermijden dat het te eng zou worden en om ons meer adem te geven", zegt De Keersmaeker. "Je komt op zoveel verschillende plekken terecht, van Oslo tot Lissabon."

Het verschil in publieksreacties heeft volgens De Roo veel te maken met de plek die theater inneemt in een maatschappij. "In Frankrijk is theater deel van het dagelijkse leven: je pikt er bij wijze van spreken na je werk nog vlug een theatervoorstelling mee voor je de metro naar huis neemt. In Portugal en Noorwegen is het publiek in eerste instantie nogal stug, in Frankrijk bruist het theater en wordt er meteen heftig en veel gediscussieerd. Het is een bijzonder fijne manier van reizen: je bent niet zomaar een gast, je hebt ook een schoon cadeau mee, namelijk je verhaal."

"Ik vond en vind dat nog altijd een schoon streven: om op zoveel mogelijk plekken de kunsten te doen leven", zegt De Keersmaeker. Het is een erfenis die van moeder op dochters wordt doorgegeven. De Keersmaeker en haar zus Anne Teresa waren de creatievelingen in een gezin van vijf kinderen. "Mijn ouders waren zelf niet actief met kunst bezig, maar er waaide wel een artistieke wind door ons huis. Toen mijn zus ballet wou gaan doen, was er geen balletschool in ons dorp. En dus zorgde mijn moeder ervoor dat er een balletcursus op touw werd gezet."

Sinds De Roo en De Keersmaeker meespeelden in De parelvissers zijn ze bekende gezichten. "We hebben geen moment getwijfeld om mee te spelen in Tom Lenaerts serie. Ik vond het uitgangspunt, je eigen ondergang verfilmen, bijzonder interessant. Bovendien zijn we heel vroeg bij het project betrokken, toen er nog helemaal geen sprak was van scenario's. En hoewel we met een regisseur moesten samenwerken hebben we relatief veel eigen inbreng gehad", zegt De Roo.

Van relatief anonieme theateractrice werd ze opeens een bekende tv-kop. Maar dat neemt niet weg dat ze gewoon blijft doen wat ze altijd gedaan heeft. "Ik besef ook wel dat er interessantere media zijn dan theater om aan de wereld iets mee te delen maar ik blijf erbij dat je publiek recht in de ogen kunnen kijken belangrijk is. Dat kun je niet met duizend mensen doen."

Toen ze gevraagd werd om een 'praatje' te maken met de roddelblaadjes bedankte ze voor de eer. "Een van de voordelen van ouder worden, is het besef dat je niet alles moet kunnen. Ik heb geleerd dat je alleen maar die dingen moet doen die je zelf wilt doen en dat je gerust 'nee' kunt zeggen zonder dat het een nederlaag is." De Keersmaeker beaamt: "Toen ik nog studeerde, ging ik ooit auditie doen voor een film. Ik zat daar in die wachtzaal mijn beurt af te wachten als bij de dokter en vond het vreselijk. Ik ben nooit binnengegaan. Vaak maak je een keuze niet omdat je sterk bent maar net uit zwakte. En ik vind dat ook niet erg."

"Kijk, dat jij dit interview doet met ons omdat we in De parelvissers hebben meegespeeld, terwijl de nieuwe STANvoorstelling een stuk van vier mensen is, beschouw ik als een toegift. Maar ik ben ook niet heiliger dan de paus, ik weet dat pers belangrijk is om aandacht te krijgen voor je voorstelling", geeft De Roo toe. Ze verdedigde onlangs in een Humo-interview vurig haar beslissing om geen reclamefilmpjes of radiospots te doen, in tegenstelling tot heel wat acteurs. Bij STAN houden ze op dat vlak allemaal het been stijf. "Iedereen moet zijn leven inrichten zoal hij dat wil en dat geldt ook voor mijn collega's bij STAN. Maar als iemand wat dan ook doet waar de andere heel veel moeite mee heeft, reken dan maar dat er serieus gediscussieerd wordt. Als een van ons plots zou beslissen reclame te doen dan wordt er gediscussieerd tot we erbij neervallen. Dat klinkt streng, maar zo is het helemaal niet. Voor mij heeft het te maken met de basis van ons gezelschap. Dat is de passie voor toneelspelen, de passie om mensen recht in de ogen te kunnen kijken en proberen een stukje van jezelf te laten zien in de hoop dat die iemand anders daar iets mee is. Dat hele mechaniekje is op zich al zo fragiel dat geen haar op mijn hoofd eraan denkt om daar met de grote wals van reclame overheen te gaan. Ik zou niet meer weten hoe ik nog toneel zou kunnen maken. Maar kennelijk zijn er genoeg acteurs die de twee perfect kunnen combineren in hun hoofd. Dat moeten ze dan maar doen, maar ik zou het in strijd vinden met al mijn dromen en morele overwegingen. Toneelspelen stelt al zo weinig voor. 0,01 procent van de bevolking gaat naar het theater. Als je al met dat minisegmentje van de samenleving zo onzorgvuldig omgaat dan blijft er in mijn ogen niks meer over."

"Er zijn misschien veel acteurs die zich aangevallen voelen door wat Sara gezegd heeft in dat bewuste interview", zegt De Keersmaeker. "Hun reactie is ongetwijfeld: 'Moet je ze horen, de moraalridders van STAN. Zij hebben gemakkelijk praten want ze hebben subsidies.' Maar laat ons om te beginnen niet vergeten dat we hard gewerkt hebben voor die subsidies. Bovendien lijkt het wel alsof de enige manier om als werkloze acteur nog aan geld te komen reclame is. En dan heb ik het niet alleen over acteurs, maar misschien nog meer over aspirant-filmmakers, die er daardoor niet meer toe komen de film te maken die ze wilden maken." "Misschien was het verlangen om een film te maken in die gevallen gewoon niet groot genoeg", merkt De Roo droogjes op. "Als je niet meer gelooft in de kracht van je eigen handelen, kun je toch beter stoppen? Als ik niet meer geloof dat mijn mening iets teweeg kan brengen in de wereld, al is het maar een zuchtje wind, dan ga ik ook niet meer op. Dan stop ik met spelen."

"Ik las ergens dat we per dag tot tienduizend commerciële indrukken krijgen." De Keersmaeker wijst op haar trui. "Dat gaat van het logo op deze trui, tot de reclame die ik hoor op de radio, terwijl ik vanuit het raam een reclamepaneel zie. Dat reclame ons niet zou beïnvloeden, is onmogelijk. Als je daaraan meewerkt, is dat je goed recht, maar dat is dan ook wel een duidelijke keuze dat je akkoord gaat met hoe het er vandaag in de wereld toegaat. Het is een statement, geen vrijblijvend schnabbeltje. Het is zover gekomen dat het raar wordt gevonden dat wij ons daar vragen bij stellen. Tien jaar geleden was reclame nog een heikel punt bij acteurs. Het is het sluipende gif van hoe reclame werkt. Omdat je het gevoel hebt dat het normaal is dat je constant reclame op je netvlies krijgt gebrand en in je trommelvlies gedrumd. Momenteel experimenteren uitvinders met gepersonifieerde reclame. Op het etiketje in je kleding staat vaak een barcode. Nu willen ze dat via die barcode een signaal wordt uitgezonden naar de reclamepanelen die je passeert, zodat de reclame zich aanpast aan jouw specifieke 'behoeften'."

Zwartgallig willen geen van beide actrice genoemd worden. "We zijn veel te sociale beesten om zwartgallig te worden", vindt De Keersmaeker. De Roo is ervan overtuigd dat de mensen altijd naar het theater zullen blijven gaan. "Als we kritische vragen stellen bij onze maatschappij dan is dat niet vanuit zwartgalligheid maar juist vanuit een intense liefde voor de mensen en de wil dat het met de wereld de goede kant uitgaat."

De Morgen, Liv Laveyne, 15 april 2006

Nederlands