Krabben doet jeuken

STAN speelt STUKKEN

Het beloofde een lange toneelavond te worden met allerlei nieuwe teksten, STUKKEN zogezegd, en het ongevraagde advies van de Vlaamse kennis die was gaan kijken en die zijn mond niet kon houden, luidde dat ik zonder mankeren in de pauze kon insteken, want de openingstekst zou een vermoeiend tussendoortje van Tom Lanoye zijn. Met zulke toneelvrienden heb je geen critici meer nodig, verder hou ik niet van half werk en al helemaal niet van halve toneelavonden. En deze begon in ieder geval niét met Tom Lanoye, wat betekent dat de toneelspelers van STAN nog aan het sleutelen zijn (goed teken), en dat die Vlaamse kennis voortaan zijn plaats moet kennen en zijn muil moet houden (waarvan acte).
In de opening zat de toneelspeler Frank Vercruyssen, voor wie ik graag een goed boek neerleg om naar een toneelzaal te fietsen. Hier speelde hij, maar dat is het woord niet, hij re-citeerde eerder en doorliep zodoende enkele flarden uit een tekst over een nogal in zichzelf gekeerde apotheker in een nacht die diens routineuze leven voorgoed zou veranderen, met als startpunt een eenvoudig lijkend fietsongeluk. Vercruyssen is zo'n toneelspeler met een licht hallucinogene dampkring, heeft niks met geheimzinnigdoenerige omfloersing te maken, het is eigenlijk kraakhelder wat-ie doet, hij dwingt je te kijken en nog eens te kijken, te luisteren en nog eens te luisteren. De kwaliteit van de tekst was er trouwens ook naar, Graz, een novelle van Bart Moeyaert, zo bleek.
Ondertussen zette het ensemble de tafels & stoelen en de theewaterkoker klaar voor de volgende zet op hun schaakbord met STUKKEN , een briefwisseling tussen een lezer en een schrijver, Peggy Poppers die gefascineerd is geraakt door de roman Liefde bij wijze van spreken van Rik Message. Wat begint als een kabbelende correspondentie loopt geleidelijk volledig uit de hand. De schrijver wordt hier verbeeld door twee tegen elkaar opbiedende pikkebroekjes (Robby Cleiren en Nico Sturm), Peggy Poppers krijgt vorm in een pittig damestrio (Natali Broods, Tine Embrechts, Sara de Roo), waardoor af en toe de suggestie wordt gewekt dat hier sprake is van een fanatiek leesclubje van dames in de overgang die even komt afrekenen met de Brusselmannen en Kluunen in dit literaire leven. Hilarisch zijn de confrontaties die Annelies Verbeke en Yves Petry schreven in ieder geval.
Hoofd en voorgerecht worden doorschoten met enkele amuses, afkomstig uit de monoloog Eskimo van Saskia de Coster, gespeeld door Maaike Neuville, een merkwaardig en intrigerend Fremdkörper binnen deze avond. Tom Lanoye is uitgebreid dessert geworden, opgediend na een forse pauze, want er moet stevig worden verbouwd.
Alles Eender (Ganzenpas)
- voor zeven toneelspelers en evenveel gsm's - is een soort pastiche op Thomas Bernhards Jachtgezelschap, maar dan geplaatst in het oog van een beursgenoteerde orkaan, geestig geschreven, tikkeltje over de top geacteerd, met fluistercommentaar van Frank Vercruyssen, die onderstreept dat het nog een hele toer is om een mobieltje met de hand te vernietigen.
Voor de pauze - althans in deze constructie van de avond - wordt er bladerend ook ruim baan gemaakt voor het werk van de schrijver/filosoof Patricia De Martelaere, die al te ziek was om aan STAN voor deze avond STUKKEN nieuw opdrachtenwerk te leveren (ze stierf begin maart) en die de toneelspelers toestemming gaf hardop in haar oeuvre te grasduinen. De vraag naar de zin en noodzaak van de filosofie wordt hier bijvoorbeeld vergeleken met krabben tegen jeuk. Krabben werkt tijdelijk verlossend maar kan de jeuk ook in hevigheid doen toenemen. Krabben zónder jeuk doet soms jeuken. Deze volle toneelavond jeukt naar meer. Hij werd in liefdevol aangedragen citaten aan Patricia De Martelaere opgedragen.

De Groene Amsterdammer, Loek Zonneveld, 14 april 2009

Nederlands