Krabben met STUKKEN (****)

Ergens halfweg tg STANs laatste worp, die donderdag in première ging, rijst de vraag naar de zin en noodzaak van de filosofie. Voordragend uit het schitterende oeuvre van Patricia De Martelaere wordt ze vergeleken met het ambivalente krabben tegen jeuk. Krabben werkt tijdelijk verlossend maar kan de jeuk ook in alle hevigheid doen toenemen, krabben zonder jeuk doét plots jeuken. Zoals de filosofie zorgt ook de literatuur of de kunst voor het nodige gekrab. Nu eens werkt ze door herkenning of inzicht bevrijdend en genezend, dan weer zorgt ze voor bikkelharde confrontaties met jezelf en met de wereld door onbewuste pijnpunten aan te duiden. Kunst kan levens veranderen, misschien zelfs redden.

Zo is dat ook voor de toneelspelers van tg STAN, die dit reden genoeg vonden om een geweldige drie uur durende hommage te brengen aan hun literaire Nederlandstalige goeroes. Saskia De Coster, Patricia De Martelaere, Tom Lanoye, Bart Moeyaert, Yves Petry en Annelies Verbeke werden allemaal uitgenodigd om speciaal voor STAN een tekst te schrijven, waarvan zij dan een toneelbewerking maakten.

Lezers lezen om te krabben. Schrijvers doen hetzelfde. Tom Lanoye heeft ongetwijfeld de meest irriterende jeuk. Met zijn alom bekende bevlogenheid gaat hij in Alles Eender (Ganzenpas) tekeer tegen eender wat ook maar een beetje op het gezoem van een mug lijkt. De zeven spelers van tg STAN bevinden zich in een Becketiaans aandoende ruimte. Wachtend op hun manager (i.p.v. op Godot) vullen ze de absurditeit van hun bestaan met het jagen op ganzen (of waren het nu eenden?), zuipen en honderduit hun meningen hyperventileren. Het enorme tempo en de geïnspireerdheid waarmee de spelers hun snedige opmerkingen over politiek, kunst, economie, marketing, enz. weten te belichamen maken van Lanoyes inbreng een prachtig ouderwetse zedenkomedie. Kleine versprekingen zijn het gevolg van dit enthousiasme maar kunnen voor een première zeker worden vergeven. Met het gemene machinegeweergekletter van Where’s My Money? worden in een vettige dubstepmix alle standpunten omver gemaaid en het eerste deel afgesloten.

Na Lanoyes opgejaagde eerste deel is het nodig om de brandend rode plek even te laten bekoelen. Dat doen ze met het eerste hoofdstuk uit Moeyaerts laatste roman Graz . Frank Vercruyssen is het triestige klankbord voor de miserie der mensheid. In het mysterieuze gele schijnsel van een donkere straat vertelt hij over het vinden van een bewusteloos meisje. Ze zou gevallen zijn met haar fiets door de geheimzinnige reflectie van het nachtelijke licht op een raam. Het is een schrijnende, maar ook grappige bekentenis van een Oostenrijkse eenzaat. Maaike Neuville vertelt met Eskimo van Saskia De Coster over haar innerlijke chaos die haar niet toestaat ook maar enig woord te kanaliseren. De gejaagdheid van haar gedachten is pijnlijk te lezen in haar schichtige blikken en hopeloze uitdrukkingen. Een man herkent haar probleem en zou zo graag de woorden als uit een tube uit haar duwen.

De briefwisseling van Verbeke en Petry kent dan weer een teveel aan woorden en schetst een relatie tussen een schrijver en een lezeres. Wat begint bij bewondering voor elkaar escaleert in een hilarische scheldpartij. Een stuk over hoe ver je kunt gaan in compromisloos je gedacht zeggen en welke eenzaamheid ermee gepaard gaat.

Tg STAN schenkt je een helpende hand om te krabben aan de pijn van het bewustzijn. Soms verzachtend, soms confronterend. Met een spreekwoord van onze oma zaliger: ‘’t Stoat geschreevn e gedrukt daj moe schartn woa dat jukt!’

cuttingedge.be, Kjel Dupon, 20 maart 2009

Nederlands