Toneelspelen, met de nadruk op spelen

Staalkaart van toneelkunstvormen door de eeuwen heen

Toneelspelersgezelschap STAN bestond vorig jaar twintig jaar, en in zekere zin wordt dat dit jaar nog eens gevierd. In de Kaaitheaterstudio’s ging vorige week immers Oogst in première: een compilatieavond met kleinere toneelteksten, scènes en acts die op zich niet avondvullend zijn, maar die al een tijdje op de repetitiezaal lagen, of die uit de verjaardagsmarathon Toestand waren gegroeid.

Tijdens Oogst is de scène langs één zijde afgeschermd met een opeenvolging van zeilen, die je kunt aanzien als geïmproviseerde theaterdoeken of coulissen voor alle kleine stukken die zouden volgen. Daarachter verschuilen en verkleden zich de spelers, onder wie ook de gastspelers die de kernleden hadden opgetrommeld. Die gasten verschillen, net als het precieze programma, naargelang de avond.

Frank Vercruyssen opende de première samen met Kuno Bakker van Dood Paard en Wine Dierickx van Wunderbaum met het grimmige One for the road van Harold Pinter - een politiek pamflet dat de fysieke en geestelijke foltering van politieke gevangenen door totalitaire regimes op een pijnlijke manier vertaalt.
Voor de eerste scène van het tweede bedrijf van A Woman Of No Importance van Oscar Wilde, schoof Dierickx samen met Maartje Remmers bij op een sofa met Jolente De Keersmaeker en Sara De Roo. Dat leverde een ironisch en hoogst vermakelijk onderonsje op van een stelletje burgerdames die bizarre analyses, verwachtingen en speculaties uitwisselen over wat mannen volgens hen zijn of zouden moeten zijn.
Daarna dook journalist Jef Lambrecht plots op om zijn Libisch lamento in twaalf strofen voor te lezen. Typisch STAN om voor zo’n tussenkomst plaats te maken, al had Lambrecht wel mooi vorm gegeven aan zijn lamento: hij bracht brandende actualiteit alsof het een eeuwenoude vertelling betrof.
Een hoogtepunt waren de scènes uit Twelfth Night die Sara De Roo en Sara De Bosschere speelden. Met een kleine warrige uitleg van wat vooraf ging, in een robuuste vertaling uit 1886. Wat zo aardig was, was dat deze travestieklucht met persoonsverwisselingen en verkleedpartijen, waarin Shakespeare het ook zo nadrukkelijk over het toneelspelen zélf heeft (rollen spelen, uit de tekst vallen, etc.), zo exemplarisch was voor wat STAN op deze avond deed.
Ontroerend was dan weer het duet van Jolente De Keersmaeker en Koen Augustijnen dat doodleuk tussen twee Shakespearescènes werd gedanst: heel gewoon, heel emotioneel en passioneel.
En tot slot lieten Damiaan De Schrijver en Dirk Van Dijck en De Keersmaeker met Het huwelijksaanzoek een wel erg vrolijke Tsjechov zien.

Je zou dat alles een vreemde combinatie kunnen noemen, maar dat was niet zo of deerde in elk geval niet. Een mens heeft het zappen ondertussen wel onder de knie, en bovendien kon je wel degelijk thematische overeenkomsten vinden tussen de acts – al waren die dan algemeen, zoals ‘man-vrouwverhoudingen’ bijvoorbeeld. De compilatieavond bood zo een beetje een staalkaart van de vormen die de toneelkunst in de loop der eeuwen – van Shakespeare, over Wilde, tot Pinter – heeft gehanteerd. Maar bovenal was de manier waarop STAN alles presenteerde aanstekelijk. Het was toneel zoals het naar verluidt bij Shakespeare werd gespeeld: speels en amusant maar onderhoudend en zelfs leerrijk, omdat het minder voor de hand liggend repertoire introduceerde. Met kostuums die na gebruik weer in de ton werden gedropt en af en toe eens een tussenkomst van de souffleur, maar toch netjes afgewerkt, doordacht en op niveau. Je werd wel degelijk elke keer weer in het moment gezogen, en tijdens de entr’actes op sleeptouw genomen door de verbindende vioolmuziek van Paul De Clerck. Dergelijke bloemlezingen mogen wat ons betreft wat vaker in het theater.

Brussel Deze Week, Michaël Bellon, 14 april 2011

Nederlands