De lach voor de lach bestaat niet

interview met Frank Vercruyssen

Frank Vercruyssen van tg STAN is naar eigen zeggen allesbehalve een Antwerps chauvinist. “Ik ben van Antwerpen, ja. Ik ben hier opgegroeid, naar school gegaan; maar als het gaat om temperament, ben ik eerder een internationalist. Ik voel me veel meer burger van de wereld of van Europa, dan burger van Antwerpen. Daarom vind ik het ook zo plezant om met STAN in heel Europa en zelfs daarbuiten te spelen.” Gelukkig voor Antwerpen en het Toneelhuis staat Vercruyssen even graag in de Bourla, dan in Parijs of Amsterdam. Zolang hij maar op een podium kan staan. “Natuurlijk heb ik er niks op tegen om in Antwaarpe te spelen. Ik zen ier gère!”, zegt Vercruyssen in zijn sappigste Antwerps.

Een mooie illustratie van die quote is de Antwerpse tournee die STAN dit jaar opstartte. “Het leek ons wel een leuk idee om eens op plaatsen te spelen waar we anders nooit komen, zoals de culturele centra Sint Andries en de Luchtbal. We staan al twintig jaar in de Monty en heel af en toe eens in deSingel. Het was tijd om te zien of we ook nog andere mensen konden bereiken.” Toen het Toneelhuis van hun Antwerpse tournee hoorde, aarzelde het niet om STAN mee op te nemen in het festival van de Antwerpse Kleppers. Voor de gelegenheid hernemen de STAN-ers of/niet, een voorstelling uit 2006 die laaiend enthousiast werd onthaald door zowel pers als publiek. Vercruyssen: “Er was bij ons alle vier een grote goesting om of/niet nog een aantal keer te brengen. Het leek ons het ideale werktuig om onszelf voor te stellen aan mensen die ons werk nog niet kennen. Het is een erg geestige voorstelling, heel plezant om te spelen ook.”

Voor of/niet hebben de vier leden van STAN twee theaterteksten tot één geheel omgetoverd, namelijk Party Time van Harold Pinter en Relatively Speaking van Alan Ayckbourn. Die laatste is een hilarische relatiekomedie, waarin de misverstanden elkaar in sneltempo opvolgen. Ayckbourn, de koning van de klassieke klucht, schreef het stuk “om mensen aan het lachen te brengen als hun zomervakantie aan zee verpest wordt door de regen”. Wil STAN aangeven dat theater meer moet zijn dan amusement door er de maatschappijkritische Pinter bij te slepen? “Nee, zeker niet. We hadden gewoon zin om beide stukken te spelen en op een gegeven moment opperde iemand aan tafel: ‘waarom mixen we ze niet in één voorstelling?’ Het was zeker niet zo dat we Ayckbourn ontoereikend vonden voor wat wij theater noemen of dat er een stuk met meer politieke ondertoon bij moest ter legitimatie.” De stukken van Ayckbourn zijn volgens Vercruyssen dan ook méér dan louter amusement. “Een goede komedie is nooit gratuit. De lach voor de lach bestaat eigenlijk niet als het gaat om kwaliteitsstukken. Natuurlijk is Relatively Speaking in de eerste plaats bedoeld om het publiek een leuke avond te bezorgen, maar het stuk vertelt ook veel over de mens, over interacties, leugens, bedrog en dat soort dingen.”

In de negentien jaar dat STAN bestaat, is het gezelschap erin geslaagd een goed evenwicht te vinden tussen hun liefde voor komedie en hun politiek engagement. “Ons repertoire is het resultaat van onze individuele goestingen, dromen en vragen. Soms hebben we zin om iets heel expliciet politiek te brengen, maar na enkele 'serieuzere' stukken zeggen we al gauw ‘kom mannekes, genoeg serieux, nu spelen gewoon iets om te lachen’.” Dat de STAN-ers over een flinke dosis komisch talent beschikken, hoeft geen betoog meer. Poquelin , Vandeneede ... , ...  het zijn stuk voor stuk voorstellingen waarbij het publiek met lachtraantjes in de ogen de zaal verliet. Maar hoe hilarisch de voorstellingen van STAN ook zijn, er zit altijd een messcherp kantje aan. Het collectief staat erom bekend het burgerlijk fatsoen stevig op de korrel te nemen in hun stukken, zonder dat ze daarbij met het vingertje gaan wijzen. Of om het met de woorden van Vercruyssen zelf te zeggen: “Het gaat niet om uitroeptekens, maar om vraagtekens."

Is dit dezelfde Vercruyssen die tien jaar geleden nog stelde dat theater een ideaal medium was om "mensen tegen hun kloten te stampen"? Is het engagement van de linkse rakker van Radio Centraal misschien getemperd doorheen de jaren? "Nee, volstrekt niet. Mijn politieke positie is nog altijd dezelfde", benadrukt Vercruyssen. "Met het ouder worden ben ik wel meer gaan nadenken over hoe ik mezelf moet manifesteren, over wat kan en wat niet. Maar ik voel mezelf niet meer naar het centrum geëvolueerd, mijn houding tegenover de wereldpolitiek blijft even radicaal."

Zijn aversie voor George Bush en diens beleid deelt Vercruyssen alvast met Harold Pinter. Toen Pinter in 2005 de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nam, haalde hij in zijn toespraak scherp uit naar zowel Bush als Tony Blair. STAN was toen al volop aan de slag met Pinter, maar zijn overwinningsspeech is Vercruyssen allerminst ontgaan. "Pinter is altijd al heel schoon en expliciet geweest als het gaat over het imperialisme van het westen en over Amerika en Engeland in het bijzonder. Hij heeft van in het begin een duidelijke positie ingenomen en daar de consequenties van durven dragen. Het is niet zo dat hij op het laatste nippertje nog op de bandwagon van anti-Bush is gesprongen. Ten tijde van de Eerste Golfoorlog schreef hij al uitermate scherpe stukken over het Amerikaans beleid."

Wat de toekomst betreft wil Vercruyssen gewoon dezelfde koers blijven varen, zowel wat STAN als zijn individuele projecten betreft. "STAN is het gezelschap waarin alles kan. Alles wat wij willen maken, maken we. Het is heel plezant om in Europa en zelfs daarbuiten voorstellingen te spelen die op en top Vlaams of Belgisch zijn. Ik heb al gemerkt dat men in het buitenland Vlaanderen echt beschouwt als een theaterland en daar mogen we absoluut fier op zijn. Als voorbeeld van het Vlaamse theater willen we die reputatie dan ook graag verder zetten."

"Daarnaast doe ik bijzonder graag film", vervolgt Vercruyssen. "Het blijft een uitdaging om zo goed mogelijk voor een camera te spelen, dat vind ik een heel boeiende interactie. "Vercruyssen heeft inmiddels al een indrukwekkend lijstje van films achter zijn naam staan. In Any way the wind blows konden we hem bijvoorbeeld als DJ aan het werk zien, een rol die Vercruyssen op het lijf geschreven was. In 1982 draaide hij al plaatjes op de vrije radio in Zwijndrecht. Daarna werkte hij maar liefst twaalf jaar lang voor Radio Centraal. Wanneer Vercruyssen over zijn DJ-carrière begint te vertellen, bespeur ik wat weemoed in zijn stem. "De kelder van Radio Centraal deed ook dienst als discotheek en daar heb ik ook jarenlang getapt en gedraaid. Nu is het draaien een randactiviteit geworden, maar ik blijf een DJ in hart en nieren. Ik mis het nachtleven wel. Mensen doen dansen is bijna even plezant als ze doen lachen. Misschien ooit in een tweede leven... Heel mijn platencollectie is nog altijd op de dansvloer gericht, dus wie weet?"

antwerpsekleppers.blogspot.com, Kim Van de Perre, 11 maart 2008

Nederlands